print

Waar geen wil is, is geen weg...

Peter Staal, huisarts

In de geneeskundestudie leer je veel feiten. Dat is nodig, want je moet wel weten hoe het werkt. Maar je krijgt ook een attitude mee: zo min mogelijk schaden. Onbewust leidt dit vaak tot de gedachte: zo min mogelijk doen. Deze in principe goed bedoelde ziele-instelling moet je wel weer afleren als je een goed antroposofisch arts wilt worden. Want de vitaliserende therapieën en medicamenten die de antroposofische zorg kent, moeten ‘ruim‘ uitgedeeld worden en passen niet goed bij het reductionistisch en nihilistische denken van de reguliere zorg, waarbij we zo min mogelijk doen.

De antroposofische zorg kent veel waarde toe aan het diagnosticeren en behandelen van vitaliteit(sproblemen). Dat kan soms door simpele vragen, zoals de vragen naar een gezonde slaap en eetlust, uithoudingsvermogen bij duurarbeid of bij lichamelijke inspanning en het snelle genezen na ziekte of bij wondjes. Maar ook naar het vermogen om je bij psychische spanning aan te passen aan de omgeving, zonder jezelf te kort te doen. Het nieuwe gezondheidsconcept van de ‘Positieve Gezondheid’ sluit daar goed op aan. Je kijkt niet zozeer naar de aan- of afwezigheid van ziekten of klachten, maar naar de vaardigheid van lichaam, ziel en geest om zich aan te kunnen passen. Dit plaats je als het ware in het licht van het algemeen welbevinden. Is iemand voornamelijk moe of ervaart iemand vooral stress en druk, dan vereisen die twee problemen meestal een andere invalshoek van therapie of preventie, maar niettemin kan het ondersteunen van de vitaliteit breed ingezet worden.

Voorbeelden te over in de antroposofische zorg hoe vitaliteit ondersteund en ‘rationeel ingezet’ kan worden om iemand sneller te doen opknappen.

Veel geprezen op deze plek is het doorslaapmiddel Hepatodoron, ‘gegeven voor de lever’. Dit middel kan gegeven worden aan ieder met een slechte doorslaap, waarbij meestal binnen zes weken een heel acceptabele en vaak merkbaar betere slaap en dus vitaliteit overdag wordt beleefd. Maar het helpt tevens (3dd 2 tabl.) bij vermoeide en Pfeifferige pubers. Ook het middel Ferrum sidereum / prunus comp geven we bij echte uitputtingsfenomenen, zoals burn-out, longontsteking en chronisch ziekten, maar ook als ondersteuning bij het opknappen na een narcose en operatie. Na een ongeval of hersenschudding werkt dit preparaat versnellend op de genezing. De Ferrum sidereum werkt in dit middel aansterkend en de Arnica maakt dat de patiënt sneller van zijn ‘verwonding’ herstelt. Zo’n middel is eigenlijk ‘gemetamorfoseerde liefde’. Tevens zien we de euritmietherapie, de uitwendige therapie met inwrijvingen en de ritmische massage door de fysiotherapeut als vitaliserend.

De weg van de arts

Dit houdt wel in dat je je als arts hierin moet kunnen vinden en voordat je daar ‘gul’ in kunt staan, heb je best een weg te gaan. Ten eerste moet je uitdrukkelijk goede vrienden worden met de planten en substanties die als geneesmiddel worden gebruikt. Daarbij word je vanzelf het gevoel gewaar dat die substanties ‘graag gegeven willen worden’, maar als arts moet ook een innerlijke knop om. Het voorzichtige minimaliseren dient omgezet te worden naar een gul gebaar van geven. Het geven van aandacht, een therapie of een middel (gemetamorfoseerde liefde) moet je leren, maar waarom zou je dat iemand onthouden? De wil daartoe moet je in jezelf met enige moeite ontwikkelen, maar waar geen wil is, is geen weg.

Martha was er ook heel blij mee. Ze herstelde in enkele weken heel snel en voelde zich als herboren. Beter dus. Dan ze was.

http://medisch.weleda.nl/medische-nieuwsbrief/medisch-nieuws-herfst-2017/column-slapen/hepatodoron.html