print

Column: Geen kunst

Peter Staal

Het verschil tussen geneeskunde en geneeskunst is volgens het woordenboek wel duidelijk:
Geneeskunde: wetenschap die de oorzaak en de aard van ziekten onderzoekt en er de geneesmiddelen voor zoekt en aanwijst.
Geneeskunst: praktische bekwaamheid, nodig om ziekten te genezen. In die zin is de geneeskunst niet uitsluitend een wetenschap, het is een samenstelling van het bijeenvoegen van gegevens , het wegen van de betekenis van deze gegevens en vervolgens het komen tot een handeling.

Het begint met een anamnese: waar heeft u last van, hoe lang heeft u het en wat heeft u al geprobeerd om uw klachten aan te pakken. Hiermee lijk je alleen maar gegevens te verzamelen, maar dat is niet zo. Op het moment dat ik van een patiënt een antwoord krijg, ga ik al wegen wat ‘objectief’ de waarde is van het antwoord (want ieder antwoord heeft een emotionele boodschap in zich), en stel ik hierop meteen de volgende handeling vast: wat ga ik nu vragen? Maar dit proces van diagnostiek in de geneeskunde is niet anders dan dat ieder mens dagelijks doet bij ieder mens: je neemt iets waar, je vindt er iets van en je doet er wat mee. Of in nog andere woorden, volgens het antroposofische mensbeeld: denken, voelen en willen.
Maar hoe ga ik van geneeskunde (alles wat we weten over ziekten en genezen) naar geneeskunst (hoe geef ik hier een – mogelijk juiste – interpretatie aan)?
In de antroposofische menskunde gaat het erom het voelen als diagnostisch middel in te zetten: niet wat ik voel als sympathie of antipathie doet er toe! Nee, het gaat erom het denken te verrijken met een gevoel dat de situatie in mij oproept, niet wat ik er zelf van vind. Dit ‘objectieve gevoel’ wordt opgeroepen uit de aard van de geneeskundige situatie zelf. We interpreteren die situatie en gaan dan afwegen hoe we het beste tot een oplossing kunnen komen en iets kunnen aanreiken –bijvoorbeeld een geneesmiddel of een therapie. Daarbij is kennis wel een voorwaarde, maar op zichzelf ontoereikend.

Hoge bloeddruk
Als voorbeeld kijken we naar iemand met hoge bloeddruk: mevrouw X komt op het spreekuur met de klacht dat ze haar bloeddruk niet onder controle krijgt. Dit is op zich een objectief gegeven. We kunnen dit namelijk meten. Stel de bloeddruk is 30% te hoog. Nu geef ik een (voor de duidelijkheid sterk overdreven) karakterschets van zo’n mogelijk consult.
Hoge bloeddruk situatie 1: Mevrouw is wat somber over haar situatie. Bovendien slaapt ze slecht en heeft telkens een hongergevoel, maar ze komt niet aan, vermagert eerder een beetje. Ze zegt dat anderen haar bleek, mager en nerveus geworden vinden. Recent liep een relatie stuk, hetgeen haar zeer verdriet, want misschien kan ze nu nooit meer zwanger worden voor haar veertigste en ze droomde altijd van het heerlijk kneuterige huisje-boompje-beestje verhaal. Ze heeft bovendien geen goede woning en is te verlegen om stampij te maken bij de woningbouwvereniging. Ze lijdt hierdoor de laatste maanden ook aan angstaanvallen.
Waarneming: er is hoge bloeddruk. Interpretatie: ze geeft aan niet tegen het leven opgewassen te zijn en dat dit haar sterk verlamt en beangstigt. Ze schiet als het ware in de kramp, ze ‘knijpt hem’, de bloeddruk loopt op doordat de bloedvaten samentrekken.
Therapie volgens de reguliere geneeskunde: bloeddruk instellen met leefregels (bewegen, afvallen) en bloeddrukpillen.
Therapie volgens de geneeskunst: leren omgaan met frustraties die ontegenzeggelijk het gevolg zijn van een zwaar lot. Dit leren accepteren en de angsten onderkennen is eventueel een therapeutische mogelijkheid. Vooral kunstzinnige therapie zou een bron van inspiratie kunnen zijn en met gesprekstherapie zou ze grip kunnen krijgen op haar wensen en verlangens. Medicamenteus: koper en kamille (Chamomila Cupro cultum D3, 3 dd 10 gtt) ter ontspanning van de kramp op de bloedvaten en als verwarmer, lavendel ter kalmering (bijvoorbeeld inwrijvingen met lavendelolie).
Hoge bloeddruk situatie 2: Mevrouw komt gehaast binnen, geeft me een hand begint uitgebreid te praten over hoe druk ze het heeft, loopt hierbij rood aan, heeft nauwelijks tijd om adem te halen, maar als ze dat gedaan heeft komt de zin dat ze van haar huisarts niet had verwacht dat die spullen voorschreef die niet hielpen – want vooral zij, die zelf altijd zo zorgvuldig is, en zo’n positie bekleed dat ze zich dergelijke misstappen niet kan veroorloven – had toch wel iets meer verwacht van haar huisarts. Nee, kunstzinnige therapie daar heeft Zij Ab-so-luut Géén Tijd voor, stel je voor zeg, hoe kom ik erbij. Zij heeft echt wel iets Beters te doen dan een beetje verven. Maar spanningen, nee die heeft ze niet, oké wat conflicten op haar werk, waar zij zelf de tent draaiende moet houden terwijl iedereen er verder een zooitje van maakt – want een zooitje dat is het, breek haar de bek niet los – dat wel, maar… schrijf nu maar iets beters voor, dan komt het goed en is het over!
Dit is natuurlijk karikaturaal beschreven, maar de kunst is nu om geen waardeoordeel te vellen. Laten we proberen objectief te oordelen: ze is gehaast, ze maakt zich druk, ze overschat zichzelf en blaast zichzelf op, ze onderschat anderen, ze moet van alles van zichzelf wat anderen (ook haar huisarts) niet kunnen waarderen: kortom ze voert de druk op, ze blaast zichzelf op. Door overvulling van het vaatstelsel ontstaat de hoge bloeddruk.
Therapie volgens de geneeskunde: bloeddruk instellen met leefregels (bewegen, afvallen) en bloeddrukpillen.
Therapie volgens de geneeskunst: haar laten beleven hoe haar ziel overal vol van is en dat dit overvullen haar bedrukt. Haar helpen hierbij een manier te vinden om waarnemingen (van de medemens) echt tot haar ziel te laten doordringen (waarnemen/denken) daar iets bij te voelen en dan een rustige handeling uit te voeren, er iets mee te doen. Therapieën zijn dan bijvoorbeeld: euritmietherapie om beter in je lijf te komen en het fysieke te ontkrampen en kunstzinnige therapie om vanuit de eigen bron te leren handelen. Medicamenteus: Aurum / Belladonna comp (3 dd 10 gtt) voor rust en ontkramping. (NB: als keuringarts van de bloedbank heb ik meerdere malen gehoord dat deze mensen zich beter voelen na het geven van bloed, met andere woorden: aderlaten.)
Ziehier een groot verschil in benadering door een kleine (essentiële) stap toe te voegen aan de diagnostiek, namelijk de interpretatieve waardering van de gegevens.
Nu zal een tegenstander hiervan zeggen: ‘dat wordt wel heel subjectief. Zo kun je wel heel makkelijk iets suggereren waar je zelf vooral in gelooft’. Mijn antwoord daarop is: inderdaad, dat is niet de bedoeling, maar het kan wel. Het is daarom ook niet zonder valkuilen, maar dat op zich is geen tegenargument. Geneeskunst is ook geen zomaar vrijblijvende interpretatiemogelijkheid zonder wetenschappelijke basis.
Maar anders blijf je hangen in het voorschrijven van bloeddrukverlagende pillen. En dat werkt soms wel, maar het helpt niet. Niet geschoten (en alleen protocollen volgen) is ook hier altijd mis. Geen kunst.

Peter Staal, huisarts