print

Column: 'Netelige kwesties'

‘Dokter kijk nou eens, ik word er helemaal gek van’, zegt Henk, de 42-jarige fietsenmaker, lid van de fietsersbond en wielrenner. Kortom, een fietser in hart en nieren. In een gesprek met hem hierover verlies ik altijd meteen met 1-0 omdat hij vindt dat ik teveel autorijd. Ik moet hem gelijk geven. Maar vandaag is zijn blik op de wereld vernauwd: ‘Jeuk is erger dan pijn. Doe iets,’ smeekt hij. In menig spreekkamer zal een dergelijke noodkreet al eens gehoord zijn. Jeuk is erger dan pijn als je geen pijn hebt, het is inderdaad allesoverheersend irritant. Daarbij komt dat deze aandoening voorkomt bij zuigelingen, schoolkinderen, pubers, volwassenen en bejaarden, ook nog eens bij mannen én vrouwen... nou dan weet je het wel... 

‘Netelroos wordt veroorzaakt door teveel histamine in de huid, die daardoor opzwelt en daardoor ontstaan de zo typische galbulten’, staat er op internet te lezen voor de argeloze burger die googelt en daar terechtkomt. Met daarna toch een verklaring: ‘Meestal kan de oorzaak van deze netelroos achterhaald worden. Het kan gaan om bijvoorbeeld koude, een bepaald voedings- of geneesmiddel, een insectensteek, enzovoort.’ Even later lezen we: ‘Ook psychische factoren kunnen een rol spelen, zoals drukte en spanning.’ En weer later een onthutsende waarheid: ‘De precieze oorzaak van het ontstaan van netelroos is niet bekend.’

Urticaria

Een uitgesproken vorm van urticaria zagen we bij onze zoon die een enorme groeispurt had doorgemaakt rond zijn 13e jaar en daardoor lang en mager was geworden, zo doorschijnend leek als glas en dagelijks met netelroos op zijn wangen uit school kwam. Na zes weken was het voorbij.

Om vanuit antroposofisch denkbeeld te kunnen begrijpen hoe we deze aandoening kunnen behandelen, volgt eerst een blik op de zienswijze. Hoe kijken we naar netelroos? Fenomenologisch zien we de klassieke verschijnselen van ontsteking (rubor, calor, tumor, dolor en functio laesa) maar er is een verschil. De pijn (dolor) is bij urticaria vooral jeuk: zo irritant dat krabben tot er pijn ontstaat kennelijk soms de moeite loont. Verder zien we in de natuur een verschijnsel dat correspondeert en waar de aandoening zijn directe naamgeving aan ontleent: als we ons prikken aan de brandnetel (de urtica) krijgen we brandneteluitslag ofwel netelroos ofwel urticaria. Maar dan is er sprake van een redelijk giftige prikkel (met onder andere mierenzuur), waardoor er pijnlijke (!) ‘brand ontstaat’ (urere is branden). De oorzaken van urticaria bestaan uit een mengeling van bekende en onbekende prikkels, maar het meest voor de hand liggend is niettemin de conclusie dat de huid nu reageert op iets, waar hij dat voorheen niet deed. Hoe komt het dat de constitutie zo reageert, dat een aanleiding, die voorheen geen klachten gaf, nu netelroos geeft?

Open constitutie

Een van de meest bruikbare diagnostische brillen waarmee dit probleem te benaderen is, is die van de open constitutie. Dit is een gezichtspunt vanuit de heilpedagogiek (antroposofische therapeutische pedagogiek). Vroeger werd dat daar nog ouderwets hysterische constitutie genoemd, een niet zo’n fijne en wat ‘besmette’ term, waarbij een polariteit wordt gezien tussen mensen die met hun vitaliteit wat meer of juist wat minder open staan voor invloeden van buitenaf.* Met open constitutie wordt bedoeld dat invloeden van buitenaf onvoldoende ‘verteerd‘ worden, zoals dat normaal gebeurt.

In de antroposofische geneeskunde is dat het best als volgt te verklaren. We weten allemaal dat we, als we naar een rood vlak kijken en dan naar een witte muur, vervolgens een groen vlak te zien krijgen. De huid is ook een waarneemorgaan, maar dan voor algemene, niet-specifieke prikkels (zie **). Daarom reageert de huid op prikkels en geeft een antwoord. (Daar is de hele uitwendige therapie op gebaseerd).** Doordat de vitaliteit op een of andere manier gevoeliger is geworden voor storingen, gaat de huid anders reageren, dus ook op in principe normale prikkels als koude en warmte. Zo vertel ik mijn patiënten vaak: netelroos is een allergische reactie zonder allergie, je reageert wel op iets, maar je hebt geen echte allergie in de medische/immunologische zin van het woord.

Afsluiten

De beste manier om die prikkelbaarheid te temperen is het afdichten/afsluiten van de prikkelgevoeligheid voor de buitenwereld. Dit doen we het beste met Bryophyllum, folium 50% Conchae 50% aa poeder, drie tot zes maal daags een mespunt. Dit werkt zowel voor de fysieke als de psychische kant van de prikkelbaarheid. Verder is hét middel tegen jeuk: Combudoron (uit kleine brandnetel en Arnica). Combudoron Gel en Zalf heten tegenwoordig Urtica Gel en Zalf, naar het hoofdbestanddeel. Dit kun je gebruiken bij (lichte) brandwonden, waterpokken, muggenbulten, maar dus ook voor netelroos. Het nadeel is dat het soms om grote oppervlakken gaat. Dan is de op recept verkrijgbare Combudoron Essence handiger. Dat is te gebruiken voor kompressen of bij kinderen in de douche om met de plantenspray aan te brengen.

Dit leg ik allemaal uit aan Henk, die nu – uiteraard ook fietsend naar de praktijk gekomen – inderdaad vol met bulten zit op de blote armen. Ik leg hem uit hoe de behandeling eruit kan gaan zien en hij stemt er mee in. En indachtig de bulten op de wangen van mijn zoon na de temperatuurswisselingen van het fietsen, die meestal na een half uur verdwenen, leg ik ook dit aan hem uit en – een andere netelige kwestie nog even aanroerend – zeg hem: ‘Oh, en Henk... dus niet teveel fietsen, want dat is nu niet goed voor je...’ Hij lijkt not amused.

Gevoelig type, die Henk..

 

* Zie hiervoor ‘Genezend opvoeden’ (heilpedagogische cursus) van Steiner of bijvoorbeeld het boek van Walter Holtzapfel, ‘Kinderen met ontwikkelingsproblemen’, vanaf bladzijde 75).

** Zie het artikel van Peter Staal in het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde, 2013 nr. 2.

Artikel Peter Staal in het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde

Dat de huid uit het ectoderm ontstaat, geeft de directe relatie van de huid met het zenuwstelsel en de zintuigen aan. Hiermee is eigenlijk het meest wezenlijke gezegd over de huid: de huid is een zintuigorgaan. We moeten dit wel breder opvatten dan alleen tast, warmte/koudegevoel en pijngevoel. De huid is een waarnemingsorgaan, dat direct spiegelend met het zenuwstelsel kan communiceren. Daarbij gaan we ervan uit, dat hoe specifieker een zintuig is (neem bijvoorbeeld het gehoor en het gezichtvermogen) hoe sterker het orgaan ‘zenuw-zintuigkarakter’ en dus ‘vormkracht’ heeft.

Het oog en oor dringen zich in het gewone waakbewustzijn met een bepaalde kracht op aan de mens. De huid daarentegen is niet ‘specifiek’ maar is een ‘algemeen‘ waarnemingsorgaan gebleven. Het is de oerverschijning van het zintuig in zijn laagst gemetamorfoseerde vorm. Ook in vergelijkende biologie (vergelijken we de embryologische ontwikkeling van de mens met die van het dierenrijk) zien we dat de mens de meest kwetsbare en laagst gedifferentieerde huid heeft: geen schubben, geen vacht, geen veren, geen ‘olifantenhuid‘ en geen horens. Daarom heeft de menselijke huid de bescherming nodig van de kleding.

Dan is er nog een ander fenomeen. We weten dat het oog een tegenbeeld geeft. Kijken we naar een rood oppervlak en daarna meteen naar een witte muur, dan zien we van binnen het antwoord van het lichaam hierop ontstaan: we zien een groen oppervlak. Bij het oog is dit heel bewust, al reageert het oog alleen op licht. Minder bewust gaat het met de huid. De huid heeft een ‘slapend’, algemeen bewustzijn. Daarom reageert de huid ook op algemene prikkels met een algemene, zich bijna aan het bewustzijn onttrekkende reactie. Zo kan de huid ook heel algemeen en onbewust reageren op diverse aangeboden prikkels. De huid reageert weliswaar op minder specifieke prikkels dan hoe bijvoorbeeld het oog op licht reageert, maar de huid reageert wel degelijk op licht.

De reactie van de huid is bovendien divers. Zo reageert de huid niet alleen met warmte op koude, maar ook met ‘rust‘ op lavendel, met ‘uitdrogen’ op eucalyptus en met ‘verwarmen‘ op koperzalf. Deze reacties hebben we te danken aan het feit dat de huid embryologisch weliswaar uit het ectoderm stamt en dus een waarnemingsorgaan is, maar dat niet specifiek geworden is, in een lage metamorfosegraad is gebleven, waardoor het als zintuig op veel verschillende prikkels kan reageren.

De uitwendige therapie maakt gebruik van de ‘indruk’, die gegeven kan worden van buiten naar binnen, waarna het lichaam antwoordt met een genezende tegenreactie. In de antroposofische geneeskunde wordt veelvuldig gebruik gemaakt van zalven, oliën of kompressen, zowel bij acute als bij chronische ziekteprocessen.

In de antroposofische geneeskunde zijn er veel toepassingen die op dit principe gebaseerd zijn en vaak een uitermate krachtige werking hebben.