print

Boek Recensie door Arie Bos - Mind in Motion

Boekrecensie ‘Mind in Motion. How action shapes thought’. Van Barbara Tversky.

Denken door te bewegen

Toen ik in Nature een korte beschrijving van dit pas uitgekomen boek las, dacht ik: ‘dat moet ik hebben’. Het ging om Mind in Motion dat beloofde de stelling aannemelijk te maken dat denken niet gebaseerd is op ‘inwendig in taal redeneren’, maar op bewegen: acties. Alles wat maar duidelijk kan maken dat ons bewustzijn niet alleen afhankelijk is van de hersenen, maar van ons hele wezen, vind ik uiterst interessant.

Een mooi voorbeeld van het feit dat wij niet (altijd) in taal denken, ontleent de schrijfster, Barabara Tversky, aan de beroemde natuurkundige Richard Feynman:

‘Toen ik nog een jongetje was dat opgroeide in Far Rockaway, had ik een vriend met de naam Bernie Walker. We hadden allebei “labs” thuis, en deden daar verschillende “experimenten”. Op een keer waren we over iets aan het discussiëren – we moeten toen elf of twaalf zijn geweest – en ik zei, “Maar denken is niets anders dan van binnen tegen jezelf praten.”

“O ja?” zei Bernie, “Ken je de krankzinnige vorm van een krukas in een auto?“

“Ja, hoezo?”

“Goed. Vertel mij nu eens hoe je die beschreef toen je tegen jezelf aan het praten was?”’

Daarmee werd Feynman duidelijk dat denken ook visueel kan zijn, maar de schrijfster wil veel verder gaan: wij denken ruimtelijk en dat is alleen mogelijk omdat wij ons in de ruimte bewegen. Denk maar aan onze metaforen: ‘boven iets staan’, ‘je zit ernaast’ et cetera. Zonder metaforen kunnen wij niet (abstract) denken. Veel van onze metaforen ontlenen wij ook aan onze bewegingen en acties: ‘loop het nog eens na’, ‘gooi dat er maar uit’ enzovoorts. Dat is inmiddels bekend onder de naam ‘embodied cognition’, hier neemt Tversky overigens niet veel ruimte voor. Trouwens, metaforen zijn talig, dus uiteindelijk leveren deze acties toch weer woorden op om mee te denken. Toch zijn woorden secundair.

Waarom is het gemakkelijker om gezichten te onthouden dan de bijbehorende namen (woorden)? (Tenzij je, zoals Oliver Sacks, Brad Pitt en Dick Swaab, aan prosopagnosie, gezichtsblindheid, lijdt.) Omdat we een speciaal gezichtscentrum in de hersenen hebben. Als we de single neuron experimenten serieus mogen nemen, is er voor ieder gezicht een eigen neuron. Dat is geen talige kennis: probeer maar eens een gezicht te beschrijven. Namen (woorden) hebben niets met het uiterlijk van het gezicht te maken en zijn dus willekeurig en bovendien hebben we geen regio voor namen in de hersenen. Trouwens: er zijn veel meer dingen dan bijbehorende namen.

Tvesky is ervan overtuigd dat waarnemen (vooral van ruimte) en denken ook alles met elkaar te maken hebben. En dat waarnemen van de buitenwereld alleen betrouwbaar kan zijn wanneer het de basis van actie is. Iedereen kent het experiment met de prismabril. Een meester op de lagere school vertelde het onze klas al in de jaren vijftig. De bril zorgt ervoor dat je de wereld op zijn kop ziet, dan wel, indien anders geplaatst, links en rechts verwisseld. Na een dag of zeven ononderbroken de bril gedragen te hebben zie je de wereld weer normaal. En wanneer je de bril afneemt zie je alles weer op zijn kop of links en rechts verwisseld en duurt het opnieuw enkele dagen voordat je alles weer normaal ziet.

Wat ik niet wist, is het volgende: wanneer je de bebrilde proefpersoon de hele dag in een rolstoel voortbeweegt en zijn handen fixeert, zodat hij niet (verkeerd) kan reiken of grijpen, verandert er niets in het gezichtsveld: alles blijft ondersteboven of links en rechts verwisseld. En na afname van de bril is alles direct weer normaal. Waarnemen wordt dus pas aangepast wanneer je actief met de wereld omgaat. Wanneer je alleen toeschouwer blijft, kun je gemakkelijk voor de gek gehouden worden. Daar zijn visuele illusies ook op gebaseerd. Er is dus actieve deelname nodig om de wereld juist te beschouwen, wat inderdaad zonder twijfel de basis van denken is.

In deel twee gaat Tversky nog wat verder. Ze verdedigt het idee dat gebaren de taal vooraf zijn gegaan. Dat is inmiddels niet controversieel meer. Chimpansees en Bonobo’s gebruiken ook in het wild een beperkte gebarentaal. Reden voor haar om te denken dat hominiden dat ook aanvankelijk deden voordat ze een taal ontwikkelden. Baby’s doen het immers ook: wijzen als bevelen: geef me dit, breng me daarheen. Volgens haar gebaart iedereen bij het spreken (ik heb goed opgelet sinds ik dit las, maar kan dat niet bevestigen), ook blinden, zelfs met elkaar. Deze gebaren zouden ideeën kunnen uitbeelden en daarmee de overdracht daarvan ondersteunen. Maar misschien, denkt Tversky, ondersteunt het niet zozeer de overdracht, maar is het bedoeld om de eigen gedachtegang te ondersteunen.

Ze deed onderzoek door proefpersonen al of niet op hun handen te laten zitten bij het uitleggen hoe je van A naar B komt. Dat bleek heel moeilijk, zo niet onmogelijk te zijn. Hetzelfde gold voor het begrijpen door de toehoorder! Sommige mensen zouden zelfs gebaren bij lezen en studeren en bij overhoring bleek dat positief te werken. Er wordt erg veel ruimte vrijgemaakt om ons te overtuigen dat veel onderwerpen veel beter in tekeningen, diagrammen of cartoons begrijpelijk gemaakt kunnen worden. Dat is sinds Wittgenstein eigenlijk geen nieuws en zeker sinds de verovering van het Westen van het Chinese gezegde: ‘Een beeld zegt meer dan duizend woorden’.

Het ironische is dat Tversky, die voor dit boek alleen de beschikking had over de taal, deze zo graag uitvoerig en wijdlopig gebruikt. Hoewel ze niet ongeestig formuleert, worden de meest triviale en overbekende situaties tot in de kleinste bijzonderheden beschreven, wat op zich nog best een kwaliteit is, maar het lezen niet erg spannend houdt. Wat veel ongelukkiger is, is het feit dat in deel twee hele passages uit deel één herhaald worden, vrijwel woordelijk. Daarmee bewijst ze daadwerkelijk dat voor communicatie de taal niet altijd behulpzaam is. Maar wanneer je dit weet uit te houden heb je uiteindelijk toch een hoop geleerd.

Mind in Motion. How action shapes thought.’ Barbara Tversky. Basic Books, New York 2019. 360 bladzijden.

Arie Bos

 

 

Colofon

Weleda Medisch Nieuws is een uitgave van Weleda Benelux SE en verschijnt 4x per jaar.

 

Redactie

Arie Bos (arts / auteur)

Ingrid van Berckelaer (apotheker)

Majella van Maaren (redacteur)

Peter Staal (huisarts en antroposofisch arts)

Angela van Bennekom (coördinator)

 

Digitale vormgeving

Nantke Hooning
Redkiwi

Correctie

Michel Gastkemper

Contact

medisch@weleda.nl

Adres:

Weleda Benelux SE 

Platinastraat 161

2718 SR Zoetermeer