print

Anagallis-preparaten

Ooit was Anagallis, of guichelheil, een alom bekende, gewaardeerde geneesplant, die werd toegepast bij allerlei zenuwziekten, psychoses, melancholie, als een soort psychofarmacon. De naam ‘guichelheil’ betekent ook letterlijk 'genezing van gekte', waarbij ‘guichel’ een afgeleide vorm is van het tegenwoordig niet meer gebruikte ‘guich’ voor gekte, waan. Het kruid raakte in vergetelheid en verdween uit zo goed als alle farmacopees.

De antroposofische geneeskunde herkent nog steeds een belangrijke geneesplant in Anagallis, en past het kruid voornamelijk toe bij spastische krampen in de bovenbuik en aërofagie (bij ‘verhaking van de ziel in het lichaam’).

Anagallis arvensis is een teer, laag plantje, dat behoort tot de sleutelbloemfamilie (Primulaceae). Er bestaan ondersoorten met rode, blauwe of roze bloemen, maar in onze streken komt voornamelijk de eenjarige rode variant voor (Anagallis arvensis subsp. arvensis). Hij is te vinden op verstoorde grond, op zandplaten, in duinen, maar in de eerste plaats in akkers (vandaar ´arvensis´) en (moes)tuinen, maar nooit zo talrijk dat het een problematisch onkruid wordt. 

De plant heeft zich verspreid over alle gematigde streken van beide hemisferen.

Anagallis heeft opvallend vierkantige stengels. Bij rood guichelheil worden deze tien tot dertig cm lang en leggen zich plat op de bodem, stervormig uitgespreid vanuit de basis. Tussen gras of landbouwgewassen stijgen ze omhoog, over de andere planten heen, naar het licht toe. 

Kleine eironde tot langwerpige bladeren, met een gave bladrand, zitten zonder steel direct ingeplant op de stengel, meestal per twee tegenover elkaar, en altijd naar het licht gekeerd. De onderkant is bezet met vele zwarte klierpuntjes.

In de oksels van de bladeren verschijnen, vanaf mei, kleine, fraaie, opvallend helderrode bloemen. Ze staan op relatief lange, dunne steeltjes, en zijn in de regel vijftallig en regelmatig symmetrisch. Aan de bovenrand van de bloemblaadjes zitten tientallen klierhaartjes dicht opeen. In het centrum van de bloem verschijnt vaak een purperen vlek, terwijl de meeldraden met fijne violette haartjes bezet zijn, als een lokaas voor insecten. Nectar ontbreekt echter.

De bloemblaadjes zijn uiterst gevoelig. Als de bloemen zich overdag plots sluiten, kan men de was wel binnen halen! Dan is er regen op komst. Anagallis kreeg niet voor niets de bijnaam ‘barometer van de arme man’. 

Maar, ook bij stralend weer openen de bloemen zich slechts voor een relatief korte tijd, van zo’n acht uur in de ochtend tot hooguit drie uur in de middag. 

De totale bloeiperiode van de plant daarentegen duurt wel behoorlijk lang, van mei tot in oktober.

Zodra de vrucht in het centrum van de bloem begint te zwellen kromt het bloemsteeltje zich omlaag. Bij rijpheid splijt de bolvormige doosvrucht overdwars open over een vrijwel onzichtbare naad (‘equator’-lijn). De bovenste helft laat los en valt af (als het deksel van een urne). De vele donkere, hoekige zaadjes worden uitgeschud bij het bewegen door de wind.

Tientallen jaren kunnen ondergeploegde zaden hun kiemkracht behouden. Kieming vindt alleen in het licht plaats, vooral onder vochtige en koele omstandigheden.

Aan het eind van het seizoen sterft de (eenjarige) plant volledig af, zowel boven- als ondergronds.

De plant geurt nauwelijks en smaakt eerst zacht, daarna onaangenaam bitter, samentrekkend.

Anagallis arvensis staat bekend als een toxische plant, in alle plantendelen, maar vooral in de wortels. Het plantje is te klein om in gevaarlijk grote hoeveelheden te worden gegeten door grazende dieren. Paarden, honden, schapen, runderen, pluimvee en konijnen blijken wel gevoelig voor de plant (met vooral gastro-intestinale klachten). In het bijzonder de zaden worden als dodelijk voor vogels beschreven. 

Over de giftigheid voor de mens is weinig bekend. Vergiftigingsverschijnselen (in experimenten met hoge dosis) uiten zich als hoofdpijn en braakneiging, droge keel, slapeloosheid, tremor en onregelmatige hartslag. Bij gevoelige personen kunnen de bladeren allergische huidreacties veroorzaken.

Ook veel van de deugden van deze traditionele geneesplant zijn nog niet volledig uitgeklaard. 

In publicaties* worden aan het kruid breed uiteenlopende farmacologische effecten toegeschreven, zoals antibacteriële, ontstekingswerende,  pijnstillende,  psychoactieve, narcotische, oestrogene en cytotoxische effecten, naast werkingen als antioxidans, expectorans, maar ook als bestrijdingsmiddel tegen weekdieren, in het bijzonder slakken en naaktslakken en tegen lintwormen.

Verschillende actieve bestanddelen werden geïdentificeerd, zoals bittere cucurbitacineglycosiden, saponinenglycosiden, alkaloïden, triterpenen, sterolen, en eiwitsplitsende enzymen.

De antroposofische geneeskunde herkent in Anagallis een plant met een sterke ‘aardeverbondenheid’,  onder meer zichtbaar in de tussen-kruipen-en-zich-oprichten-heen-en-weer-weifelende groei, in de strakke vormgeving van de vierkantige stengel, en de streng kruisgewijs tegenoverstaande plaatsing van de blaadjes. 

Een andere kant van haar wezen toont Anagallis in de verrassend snelle reactie van haar bloemen op het zonlicht en in hun felle oplichtende kleur. 

Dit bloeiproces is echter geen hevig en kortdurend opvlammen, zoals bijvoorbeeld bij een papaver. Anagallis neemt haar bloemen in het stengel-bladgebied op, dat zijn vitaliteit, zijn groene sappigheid bewaart. Een bloeiende guichelheil straalt vooral beheersing en zachtheid uit, evenwicht.

De antroposofische geneeskunde zet Anagallis in bij klachten die ontstaan bij een te sterke inwerking vanuit het zenuwzintuiggebied (bijvoorbeeld bij stress), waardoor stofwisselingsprocessen niet correct beheerst worden. Hierdoor ontstaan ziekmakende tussenproducten of winderigheid, die het organisme tracht uit te persen en af te scheiden, wat zich als ‘darmkrampen’ of ontstekingen (ook van de huid) kan uiten.

Het therapeutisch doel van de inzet van Anagallis-preparaten is om het harmonisch samenspel tussen zenuw- en stofwisselingsdynamiek te helpen herstellen. Voornamelijk geconcentreerde preparaten en lage verdunningen van de bovengrondse delen in bloei worden toegepast, met name bij indicaties als spasmen van de bovenbuik met meteorisme, navelkolieken, colitis, duodenitis en postoperatieve misselijkheid en braken.

Tegenwoordig wordt zo goed als algemeen aanvaard dat er in het menselijk organisme een samenhang bestaat tussen zenuw-, respectievelijk bewustzijnsprocessen, enerzijds en stofwisselingsprocessen (vooral in het darmgebied) anderzijds. Dit wordt bijvoorbeeld duidelijk zichtbaar in de vorming en werking van biogene amines. Deze substanties, zoals bijvoorbeeld histamine, serotonine, noradrenaline, worden in de stofwisseling (het darmlumen) gevormd als tussenproducten van de afbraak van eiwitten en verschillende ervan werken direct in op het bewustzijn, voornamelijk als neurotransmitter. Andere biogene amines doen dit indirect als bouwstenen voor de synthese van onder meer alkaloïden, hormonen en co-enzymen. 

Zoals gezegd bevat Anagallis eiwitsplitsende enzymen. Een effect op eiwit-afbrekende processen en op de vorming van biogene amines, kan dan ook verwacht worden. Het inzetten van Anagallis-preparaten bij op het eerste zicht breed uiteen lopende indicatiegebieden, kramptoestanden in het stofwisselingsgebied, naast (vroeger) als een soort psychofarmacon, is dan ook niet zo vreemd.

Ali Esmail Al-Snafi. / International Journal of Pharmacy, 5(1), 2015, 37-41.