print

Trek en eetlust

Roos wil niet eten. Alles, maar dan ook alles hebben de ouders uit de kast gehaald om het peutertje te laten groeien. Het bleke snoetje maakt ze volstrekt wanhopig. Ziedaar een negatieve spiraal van gebrek aan engagement met de fysieke wereld. Wat kan de antroposofisch arts doen aan gebrek aan eetlust?

Paplepel…

Het hebben van gezonde eetlust wordt er letterlijk en figuurlijk met de paplepel ingegoten. De meeste kinderen hebben van nature een goede eetlust, en voedingsproblemen ontstaan meestal uitsluitend bij fysieke aandoeningen of als er sprake is van problemen op pedagogisch gebied op de baby- en peuterleeftijd. Allereerst moeten we een gevoel ontwikkelen bij wat nu eigenlijk vitaliteit is en hoe we die in samenhang met de stofwisseling kunnen activeren. De antroposofische middelen en therapieën zijn bij uitstek geschikt om de vitaliteit te ondersteunen. De stofwisseling heeft van nature een engagement met het fysieke, zoals daarentegen het psychisch-geestelijke meer een engagement met het zenuwstelsel heeft. Een gebrek aan eetlust kun je daarom in eerste instantie interpreteren als een gebrek aan engagement met de fysieke wereld. Zowel psychisch als op het gebied van de vitaliteit kan er een gebrek zijn, waardoor iemand geen zin in eten* heeft. De belangrijkste redenen waarom mensen slecht eetlust kunnen ontwikkelen deel ik vaak in in drie groepen, te weten pedagogische problemen, psychische problemen en somatische aandoeningen.

Pedagogische problemen

Bij pedagogische problemen is het uiteraard zaak een goede gezinscultuur te creëren, waarbij het kind regelmatig en in rust kan eten. Het in mijn opleidingstijd geadviseerde ‘hongerdieet’ heeft me nog nooit in de steek gelaten. Het bestaat er uit dat je de ouders instrueert tot een absoluut negeren van de angst dat het kind niet zal groeien. Pas als deze angst de kop is ingedrukt, kan de therapie slagen. Vervolgens bied je het kind drie maal per dag een maaltijd aan, gewoon als de ouders ook eten. Niets moet, alles mag het kind opeten, maar van essentieel belang is dat het kind geen enkele druk ervaart om te eten. Het moet/mag zelf geïnteresseerd raken in eten. Tweede voorwaarde daarbij is dat het kind volstrekt geen tussendoortjes krijgt en pas de volgende maaltijd een nieuwe kans krijgt. Tussendoor ontwikkelt het honger, of in ieder geval trek. Kans van slagen welhaast 100%.

Psychische problemen

Bij de anorexia nervosa en de depressie zien we bij uitstek slechte eetlust. ‘Er gaat niets in, er komt niets uit’ was de definitie van de depressie in het AMC indertijd. Ook bij de anorexie is het duidelijk dat de vitaliteit omhoog kruipt in het lichaam en alleen het zenuwstelsel nog voedt: meestal met extreem arme en obsessieve gedachten die in cirkeltjes ronddraaien. Er is geen enkel engagement meer met het fysieke, niet in het handelend in de wereld staan en niet in het verlangen naar voeding. De behandeling bij anorexia en depressie bestaat uiteraard uit meer dan het geven van eetlustopwekkende middelen (zoals Amara  Druppels, zie hieronder), maar zij kunnen wel substantieel bijdragen om de vitaliteit weer in de ondermens te interesseren.

Somatische aandoeningen

Somatische aandoeningen zijn vaak niet zonder meer de aandoeningen van het maag-darmstelsel, alhoewel bijvoorbeeld een simpele buikgriep en een beginnende maagzweer wel degelijk problemen met de eetlust kunnen geven. De meeste aandoeningen die verminderde eetlust geven, hebben echter niet eens te maken met het maag-darmstelsel, maar met andere somatische aandoeningen. Zowel koortsende ziekten als kanker kunnen verminderde eetlust geven. Uiteraard dient het onderliggend lijden behandeld te worden en gelden eetlustopwekkende middelen ondersteunend.

Wat kunnen we aanbieden bij verminderde eetlust?

Voor mij is het middel bij uitstek ‘Amara Druppels’. De samenstelling ervan is niet alleen roborerend, maar het zet de stofwisselingspool echt aan het werk, maakt trek zoals een goede kachelpijp trekt. De aangeboden substanties zijn bitter en bittermiddelen zetten de gal en lever aan, activeren de bewuste en onderbewuste beleving in de stofwisseling en maken dat de stofwisseling voor het eten al een beetje ‘aangezet’ wordt. Het is hierbij belangrijk dat de druppels echt even voor de maaltijd gegeven worden. Liefst 10-15 minuten van te voren. De patiënt voelt tegen de tijd dat hij aan tafel gaat een werkzaamheid vanuit de maag. Lekkere trek dus. Het is in die zin logisch dat de werkelijke oorzaak van de verminderde eetlust er in principe niet zo heel veel toe doet. Door direct op het orgaan van de eetlust in te werken, zien we meestal een snel resultaat. Een nadeel is uiteraard dat het middel het symptoom ‘slechte eetlust’ wel bestrijd, maar niet altijd op de oorzaak kan inwerken. Zo zal een sterk verminderde eetlust bij een beschadigde medulla oblongata na een CVA niet genezen, maar wie maalt daar om als de patiënt beter eet en met meer trek aan tafel gaat en meer kan genieten van de maaltijd, in plaats van met lange tanden zijn eten naar binnen te moeten werken.

Zo ook bij Roos. De belangrijkste maatregelen waren ook hier de pedagogische, maar door bij een kind de eetlust op te wekken waardoor ze betere trek krijgt, verbleekt de grimmige sfeer die er aan tafel kan heersen bij zo’n eetprobleem. Ouders tevreden, dokter tevreden, maar belangrijkste: Roos tevreden en beter in haar vel. En dat terwijl die druppels best vies zijn voor een kind…

*Met eten bedoel ik: gezonde voeding, liefst van biologisch (-dynamische) kwaliteit, drie maal per dag aangeboden in een rustige omgeving en normale porties zonder zoetigheid. Een goede voedingsanamnese levert je helaas op dat dit eerder uitzondering dan regel is…