print

Column Factor Tien Depressie

Herman (42) is somber. Hij heeft dat nooit eerder gehad. Zijn vrouw maakt zich veel zorgen. De altijd zo vrolijke, rustige en gemoedelijke Brabander heeft ineens ‘nergens geen zin meer in’. Niet in eten, niet in voetballen en niet in een pintje pakken. Er is eigenlijk niets gebeurd, geen trauma of shock, geen problemen op het werk of wat dan ook. Er moet dus echt iets met hem aan de hand zijn.

Depressie
Bij een depressie is het net als bij kanker. Het is één woord, maar het is niet één diagnose. Bij kanker is het duidelijker. Borstkanker is geen melanoom en een basaalcelcarcinoom gedraagt zich anders dan een darmtumor. Maar daar heb je de PA die min of meer onomstotelijk de weg wijst. Bij depressie is het anders. Zowel regulier als antroposofisch is er een groot gezichtspuntenprobleem. Om toch een simpel onderscheid te maken, is het goed om tot een tweedeling te komen in depressieve stoornissen, zodat de antroposofische behandeling kan starten. Wie meer wil weten en een gedifferentieerder beeld wil krijgen, doet er goed aan het boek ‘Depressieve stoornissen*’ van oud-psychiater Marko van Gerven en antroposofisch arts Christina van Tellingen te lezen, waarin het hier beschrevene wordt verdiept en genuanceerd. Een heel mooi uitgewerkt gezichtspunt is de vergelijking van de depressie met de wondgenezing.
Grofweg beschouw ik als pragmatisch standpunt in de praktijk twee hoofdstromingen voor de behandeling van de depressie:
1. De depressie waarbij de lever behandeld moet worden.
2. De depressie waarbij het hart behandeld moet worden.

De ‘leverdepressie’
De leverdepressie kenmerkt zich door het afwezig zijn van vitaliteit voor de dingen. ‘Zin hebben in’ moet hier letterlijk opgevat worden als levenszin hebben voor. Als niets meer smaakt en iemand nergens meer zin in heeft, kan dat verbeteren door de behandeling van de lever. Deze depressie heette vroeger de vitale depressie. Mensen ‘zakken in’. De Amsterdamse hoogleraar psychiatrie professor Kuiper (schrijver van het boek ‘Ver Heen‘, het verslag van zijn eigen psychose) typeerde het altijd met: ‘Er gaat niets in en er komt niets uit’. Daarbij doelde hij op zowel de eetlust en de verstopping, als op de psychische kant. Niets kunnen verdragen en niets meer uit je handen krijgen. Natuurlijk moet de depressie psychologisch begeleid worden, maar eerlijk gezegd: toen ik in mijn jonge jaren als assistent-psychiater werkte was mijn ervaring nou niet zo dat je het daarvan moest hebben. Deze ‘gesprekken’ ontstijgen nauwelijks het ‘hoe gaat het?–slecht; hoe komt dat?–weet niet...’–niveau. Alle uitwerkingen van dat thema strandden veelal.
Dit is de typische leverdepressie, waarvoor het ideale middel de Hepar/Magnesium (D6) is. Magnesium als lichtelement en de gepotentieerde koeienlever als oerbeeld van vitaliteit geven een enorme boost aan de vitaliteit, waardoor het vaak beter gaat met het levensgevoel van de patiënt en soms ook met de stemming. Ik ben ooit gestart dit middel aan een vrouw te geven die al tien jaar depressief was (voor een andere indicatie, namelijk tijdens een onderzoek naar het chronisch vermoeidheidssyndroom). Die vrouw kwam na een week voor de tweede injectie en zei: ‘ik heb me in tien jaar niet zo goed gevoeld.’ De depressie van Herman moet dus vooral gezien worden als vitaliteitsprobleem. Drie juiste vragen om een beeld van de zin/vitaliteit te krijgen zijn:
– heb je goede eetlust?
– slaap je goed?
– heb je gezonde zin in vrijen?
en je weet of er een vitaliteitsprobleem is. Met andere woorden ‘eten, slapen, vrijen’ is een vrij goede maat voor het algemeen vitaliteitsplaatje van de patiënt. Het lijkt wel of veel moeheidsklachten van tegenwoordig hieronder geschaard kunnen worden. Want wie is er vandaag de dag nou niet regelmatig moe, futloos, geen trek, geen zin in vrijen, geen zin om te koken, geen zin in...
Voor artsen is er een simpele vergelijking: ga na hoe je je voelt als je in één week twee diensten hebt gehad, vermenigvuldig dat met een factor tien en je hebt een leverdepressie.
Bovengenoemde patiënt bleek ook nog leverfunctiestoornissen te hebben na een griep en ik duid zijn depressie dus als redelijk ‘somatisch’. De therapie is leverbehandeling met Hepar/Magnesium D6 (3 dd 10 gtt), Hepatodoron (3 dd 2 t ) en Millefolium 10% zalf op de leverstreek ’s avonds. Euritmietherapie kan de vitaliteit bij uitstek ondersteunen.

De ‘hartdepressie’
Johan zit vlak voor zijn pensioen, maar heeft een dramatische werkbiografie. Hij heeft twintig jaar geleden een bezorgbedrijf opgericht, maar heeft het niet kunnen redden. Hij is van werkgever – met veel mensen onder zich – na een faillissement en de verkoop van zijn bedrijf, als werknemer in de postkamer van zijn oude bedrijf terechtgekomen. Dat deed pijn en daardoor kreeg hij steeds meer spanningen op het werk, in het gezin en financieel. Toen hij vorig jaar geheel buiten zijn schuld van zijn fiets werd gereden en een enkel brak, knapte er iets in hem. Hij is sinds het ongeval somber en wil niets meer, het liefst wil hij dood.
Het typerende aan een ‘hartdepressie’ is het feit dat het voor ons als buitenstaander een ‘psychisch invoelbare’ oorzaak heeft. Dat er ook componenten van uitputting bijzitten is logisch, maar het heeft veel meer het karakter van verdriet, gebroken zijn, verlies voelen, rouwen en er niet goed bovenop komen, omdat het licht in de duisternis op den duur ontbreekt.
Deze mensen moeten veel meer vanuit de psychische kant worden geholpen met ondersteuning (gesprekken) en kunstzinnige therapie en met medicamenteus veel sterkere gerichtheid op het orgaan waar de morele waarneming zit, namelijk het hart. Medicamenteus kun je hierbij denken aan Hypericum Auro culta D3 (3 dd 10 gtt), als de angst de overhand heeft Aurum/Hyoscyamus comp. (3 dd 10 gtt, zo nodig vaker) en ’s avonds Aurum/Lavendulazalf op de hartstreek.

Als de depressie ernstig is, overweeg dan één van de medicamenten ook te laten injecteren, omdat dat een veel directer effect kan geven op de vitaliteit. Gedacht kan worden aan Skorodit comp. injecties (Wala) bij leverdepressie en Aurum/Phosphorus comp. (Weleda) bij de ‘hartdepressie’.

Door je te realiseren dat we geen aandoeningen, maar mensen behandelen, is het logisch dat we altijd voor een moeilijke keuze staan als we een depressieve patiënt behandelen. Vermenigvuldig dat gevoel met een factor tien, en je weet wat een hartdepressie is.

*Depressieve stoornissen, door Marko van Gerven en Christina van Tellingen, uitgave van Bolk’s Companions, te bestellen bij: http://www.bolkscompanions.com/nl/companion/depressieve-stoornissen.