print

Boekbespreking

Bob Witsenburg heeft een boek geschreven, ‘bedoeld als ínleiding in de beginselen van de antroposofische geneeskunde’, zoals de eerste zin van het ‘Woord vooraf’ luidt. Het is een bruikbaar en prachtig uitgevoerd boek van tweehonderd bladzijden geworden.
Bob is een van die artsen die zich altijd belangeloos voor de goede zaak, welke dan ook, inzet: hij begon na zijn opleiding als arts in Ghana. Later, als antroposofisch arts in Haarlem, heeft hij als huisartsopleider zo’n twintigtal aankomende huisartsen opgeleid en zat hij in het bestuur van de antroposofische artsenvereniging. Na zijn pensionering ging hij vrijwillig als arts werken bij opvang van daklozen en verslaafden in Amsterdam en sinds 2014 in getroffen oorlogsgebieden in Palestina en Irak. Dat alles heeft hem niet weerhouden om meer dan dertig jaar ook nog les te geven in de antroposofische geneeskunde, de laatste jaren aan studenten van de antroposofische opleidingen aan Hogeschool Leiden. Om deze studenten ook iets in handen te geven, om na te kijken wat ze misschien niet goed begrepen of onthouden hebben, heeft hij het allemaal opgeschreven. Dat is een boek geworden: Genezen, dialoog tussen lichaam en ziel. Gezondheid, ziekte en therapie in het licht van 30 jaar huisarts-holistisch onderricht.
Het boek is duidelijk bedoeld voor mensen die al iets van de antroposofische geneeskunde weten, maar zich zaken afvragen als: Hoe verhoudt zich het vierledige mensbeeld tot het drieledige? (U lezer moet er dus ook al wat vanaf weten om deze recensie te kunnen lezen.) Waarvandaan komt nu het afbrekende principe: van het astrale lichaam of van de bovenpool? Hoe dat allemaal in elkaar zit, alle antroposofisch-medische terminologie en dito begrippen worden duidelijk en schematisch uitgelegd in het eerste deel van het boek. Degene die nog een onbeschreven blad is in deze materie, wordt het niet gemakkelijk gemaakt om te snappen waar deze gedachtegang op gebaseerd is. De drieledigheid en vierledigheid worden op een bladzij zelfs in een schema aan elkaar gerelateerd. Heel behulpzaam voor mensen die het allemaal nog eens willen nakijken.
Begrippen als gezondheid, ziekte en genezing worden in korte hoofdstukjes behandeld, maar ook weer vooral toegankelijk voor hen die al enigszins met de antroposofische geneeskunde vertrouwd zijn geraakt. Het wordt veel levendiger wanneer in de ‘capita selecta’ zeventien verschillende ziektebeelden apart worden behandeld, en de dynamiek die daarbij in de ‘wezensdelen’ en de drieledigheid speelt. Daarbij komt tevens de aanpak in de diverse antroposofisch therapieën (euritmie, fysiotherapie, kunstzinnige therapie, verpleging, biografische gesprekken) aan de orde. Heel behulpzaam ook voor antroposofische artsen die daarvan nog niet zo op de hoogte zijn. Medicamenteuze therapie komt maar sporadisch aan bod. Het is wat dat betreft duidelijk niet voor beginnende antroposofische artsen geschreven.
Het boek eindigt met overwegingen over het verschil tussen regulier en alternatief, en hoe je in het laatste geval kaf van koren kunt scheiden. Witsenburg weet te vermijden dat hij zich ergens tegen afzet. Hij kan het echter niet laten het verwijt van reguliere zijde over de alternatieve geneeskunde: ‘het helpt wel, maar werkt niet’, terug te kaatsen met een: ‘het werkt wel, maar helpt niet’ over veel vormen van reguliere geneeskunde. Het zij hem vergeven, het is tenslotte waar. Het geheel is een mooie samenvatting geworden van wat een antroposofisch therapeut zou moeten weten over de antroposofische geneeskunde, verlucht met bijzonder mooie foto’s van geneesplanten.

Arie Bos

Wanneer u het boek wenst aan te schaffen tegen de verkoopprijs en verzendkosten kunt u een e-mail sturen naar: medisch@weleda.nl