print

Verlies geurherkenning vroeg teken van dementie

Onderzoekers van de Mayo Clinic in Rochester, Minnesota, publiceerden onlangs in JAMA Neurology de resultaten van een prospectieve studie, waarin 1630 ouderen (gemiddeld 79,5 jaar) gedurende 3,5 jaar zijn gevolgd. De meesten van hen (1430) waren gezond bij aanvang van het onderzoek. Regelmatig vond er een screening plaats, waaronder een geurherkenningstest met twaalf verschillende geuren. De onderzoekers vonden een duidelijke associatie tussen afname van de geurherkenning en het optreden van aMCI (amnestic Mild Cognitive Impairment). De slechtste geurherkenningsscores bleken geassocieerd met progressie van een aMCI-beeld tot Alzheimer dementie (AD).

Er lijken voldoende verklaringen te zijn voor het verlies aan reukvermogen bij aMCI en AD. Toch vinden de onderzoekers hun resultaten nog geen hard bewijs voor een causaal verband. Wel wijzen zij erop dat geurherkenningstesten een belangrijke rol zouden kunnen gaan spelen bij vroege herkenning van aMCI en AD.

Kalium beschermt diabetes-2 patiënten?

Japanse onderzoekers volgden gedurende gemiddeld 11 jaar meer dan 600 patiënten met DM type 2. Zij onderzochten of het optreden van complicaties, zoals nierfunctiestoornissen en cardiovasculaire aandoeningen (CVD), in verband te brengen waren met de excretie van natrium (Na) en kalium (K) in de urine. De hoeveelheid Na en K in de 24-uursurine is (bij een gezonde nierfunctie) een maat voor de dagelijkse inname ervan.

Er bleek inderdaad een verband te zijn tussen hogere kaliumgehaltes in de urine, en verminderde afname van de nierfunctie en een lagere incidentie van CVD. Daarentegen zagen de onderzoekers geen verband tussen natriumgehaltes en het wel of niet optreden van deze problemen.

Deze uitkomsten roepen de vraag op of interventie met kaliumsuppletie bij type 2-diabeten met een normale nierfunctie preventief zou kunnen werken. Van kalium is bekend dat het de negatieve effecten van teveel natrium (deels) kan compenseren. In de voeding komt kalium vooral voor in (vers en gedroogd) fruit, groente, aardappelen en zuivel.

Extra vierge olijfolie: 68% minder kans op borstkanker?

We worden overspoeld door studies naar het effect van voedingsgewoonten op onze gezondheid. Opvallend daarbij is een recente publicatie in JAMA, waarin Spaanse onderzoekers bijna vijf jaar lang meer dan 4000 vrouwen van 60-80 jaar volgden met een hoge kans op hart- en vaatziekten (CVD) (de PREDIMED-studie). Er waren drie groepen: een groep kreeg elke week een liter extra vierge olijfolie, te gebruiken door haar en haar huisgeno(o)t(en), in combinatie met een Mediterraan dieet. De tweede groep kreeg het advies dagelijks een combinatie van walnoten, amandelen en hazelnoten (totaal 30 gram) te eten, eveneens naast een Mediterraan dieet. De controlegroep kreeg slechts het advies vetarm te eten.

Bijzonder was echter dat na vijf jaar bleek dat de vrouwen die extra vierge olijfolie aan hun dieet toevoegden maar liefst 68% minder kans op borstkanker hadden dan de controlegroep.

De onderzoekers vinden zelf dat er kanttekeningen te maken zijn bij de betrouwbaarheid van deze uitkomsten, onder meer omdat het aantal vrouwen met borstkanker klein was, en er niet actief met mammografieën naar gezocht is. De resultaten zij dus ‘bijvangst’ van de PREDIMED-studie, maar toch opmerkelijk genoeg om te publiceren en verder te onderzoeken.

[Lees het persbericht van JAMA] of [Lees de samenvatting]

Nieuwe techniek betrouwbare indicator voor aanwezigheid homeopathisch verdunde stof

Het feit dat in een homeopathisch geneesmiddel ‘(bijna) niets meer’ van het oorspronkelijke geneesmiddel kan zitten, is lange tijd door velen als een mantra-achtig argument gebruikt tegen homeopathie. Veel onderzoekers, onder wie wetenschappers als Benveniste en Montaigner, zijn niettemin op zoek gegaan naar verklaringsmodellen – en zetten er hun carrière mee op het spel. Wat gebeurt er met een oplosmiddel waarin een geneesmiddel steeds verder wordt verdund, zoals water of alcohol? Water blijft water, of toch niet? En wat verandert er dan?

Steven Cartwright publiceerde in Homeopathy Journal de resultaten van zijn onderzoek naar homeopathische verdunningen (M50). Hij heeft, met behulp van zeer gevoelige kleurstoffen (‘solvatochromic dyes’) en fotospectrometrie, consequent en reproduceerbaar kunnen vaststellen of een oplossing een homeopathische verdunning bevatte of niet. Deze resultaten suggereren dat homeopathische potenties de ‘supramoleculaire chemie’ (zoals shifts van elektronen) van solvatochrome kleurstoffen beïnvloeden. Zijn onderzoek biedt daarmee een belangrijke ondersteuning voor de stelling dat water met een hoog gepotentieerde stof dus niet hetzelfde is als... water.

[Lees het hele artikel] of [Lees een kort nieuwsbericht van ECHAMP] of [Luister naar de onderzoeker zelf op Youtube]

TEDx.com video: “I see dead people”... Berlijnse specialist over bijna-dood-ervaringen

De dood is geen taboe voor Eerste Hulparts Thomas Fleischmann. Duizenden patiënten op het randje van de dood kon hij terughalen, velen kon hij reanimeren, maar ook stierven uiteindelijk talloze mensen onder zijn handen. Reden voor hem om sterven en de dood eens wat nader te beschouwen. Hij begint te spreken over de verschillende manieren van doodgaan. Om vervolgens uitgebreid in te gaan op de vele bijna-dood-ervaringen die zijn patiënten meldden. Deze mensen zijn voor het leven veranderd. En verrassend genoeg: het veranderde hemzelf evenzeer.

[Luister naar zijn verhaal]