print

Boekbespreking: "Bij heldere hemel. Verrassende verbanden tussen aarde en kosmos."

Arie Bos

In de biologisch-dynamische landbouw en soms ook in de antroposofische geneeskunde wordt rekening gehouden met maanstanden en (in de landbouw) ook wel met sterrenconstellaties. Is er eigenlijk wel reden om aan te nemen dat astronomische invloeden merkbaar zijn op aarde? Nou en of, bioloog en astronoom Willem Beekman heeft er, alweer een tijdje geleden, een enthousiast makend boek over geschreven. Arie Bos heeft het gelezen en raakte gebiologeerd...

Het boek is zowel een handleiding sterren kijken, een uitleg over  de patronen en omlopen van de planeten en de maan, een hervertelling van de mythen en sagen waar de sterren en sterrenbeelden  hun namen aan hebben te danken, als een wetenschappelijke verhandeling over alle ritmen in de natuur die te maken hebben met kosmische ritmen.

Wist je bijvoorbeeld dat de maan vier ritmen heeft die ieder een verschillende tijd bedragen? De synodische maan van 29,5 dagen, de anomalistische maand van 27,5 dagen, de siderische maan van 27,3 dagen en de draconische maand van 27,2 dagen. Dit soort dingen wordt allemaal spelenderwijs uitgelegd, evenals het belang ervan.

Elk hoofdstuk begint met een avondlijk uitstapje naar buiten om naar de sterren te kijken, te beginnen in de herfst. De beelden die je dan aantreft, worden in verband gebracht met de Germaanse, Griekse en Egyptische mythische godenwereld, wat de waarnemingen op de een of andere manier een soort diepte meegeeft.

Het blijkt dat de waterhuishouding op aarde met de maan te maken heeft, zoals in de mythen al duidelijk was gemaakt. Het is onderzocht en waar bevonden. Niet alleen de getijden van de zee, maar ook de neerslagkans volgt het ritme van de maanfasen. En ook de mate waarin bonen water opzuigen om te kunnen ontspruiten, is van de maanfasen afhankelijk. Wat ik niet wist, is dat ook de zon invloed heeft op de neerslagkans.

Het ritme van de zonnevlekkenactiviteit van ongeveer elf  jaar is terug te vinden in de afwisseling van langer durende droge en natte perioden. Zo volgt het peil van het Victoriameer de zonnevlekactiviteit en is deze ook terug te vinden in de jaarringen van bomen. De vangst van krabben, garnalen en vissen volgt dit ritme eveneens.

Maar voor ons artsen is vooral interessant dat de bloedbezinking het hoogst is bij een zonnevlekkenmaximum en het laagst bij een minimum. Dat zegt iets over de aanwezigheid van albumine en gammaglobuline en dus over immuniteit. Dat blijkt terug te vinden in het feit dat de ernst van griepperioden ook dit ritme volgt en zelfs het aantal leukemiegevallen.

Volgens de verschillende zaaikalenders zijn er dagen dat het zaaien en/of het land bewerken vooral gunstig is voor de wortels van een plant, andere voor het blad en weer andere voor de vrucht. Als dat waar is, is dat natuurlijk ook van belang voor de teelt van geneesplanten.

Beekman is nogal kritisch over het feit dat de zaaikalender van Maria Thun en die van Johanna Paungger (van het boek ‘In harmonie met de maan’) elkaar tegenspreken. Die van Thun is gebaseerd op experimenten en die van Paungger op traditie. Beekman kiest niet, maar laat dat aan de lezer over. Ook al zal niet iedere arts zich met zaaikalenders bezighouden, er blijven genoeg medische waarnemingen over die ons aan het denken kunnen zetten over de vraag wat eigenlijk de invloeden zijn die ons ziek kunnen maken.