print

Column: Krachtpatser

Peter Staal

Omdat hij vond maar weer eens iets aan sport te moeten doen, ging hij met de groep van de buurman mee mountainbiken. Zij waren allemaal wel wat jonger, maar hij meende dat zijn conditie nog goed genoeg was en het leek hem gewoon leuk om mee te doen. Er was een prachtig bosgebied bij een riviertje met schitterende fietspaden. Dat was tenminste wat hij zich herinnerde toen hij daar lag. Zijn valhelm, die hij godzijdank droeg, was gescheurd, maar echt hoofdpijn had hij niet. Alleen het ademen ging heel moeilijk, lukte eigenlijk niet. Hij leek even niet te kunnen bewegen van de pijn in zijn zij, in zijn rug en op zijn ribben. Zijn maten wilde hem al ophijsen, maar het enige wat hij kon doen was gebaren hem even te laten liggen, het ging gewoon eerst nog niet. De pijn trok gelukkig in een paar minuten wat weg...

Het enige wat overbleef was een zeer pijnlijke ribbenkast met twee gekneusde en een gebroken rib. Als hij op een rib duwde, crepiteerde het luidruchtig.

Antroposofische geneesmiddelen kenmerken zich vooral door hun ondersteunende dynamiek, waarbij verzorging, regeneratie en zelfherstellend vermogen kernbegrippen zijn. Dat is in de spreekkamer een essentieel verschil met het reguliere gedachtegoed, waarbij we bij fracturen of kneuzingen vooral letten op de pijnstilling (het niet hoeven voelen van het signaal dat het lichaam geeft) of meer voorwaardenscheppend bezig zijn: fixeren van het gebroken deel.

Vitaliteit lijkt een vaag begrip, maar in de antroposofische geneeskunde wordt dat heel concreet gehanteerd. Veel complementaire geneeswijzen geven aan die vitaliteit een naam en benoemen onderscheidende kenmerken. En of je het dan ‘Vis Vitalis’ of ‘vormkrachtencomplex’ of ‘etherlichaam’ noemt, is niet eens zo interessant.

Door de vitaliteit doelmatig te ondersteunen gaat het sneller beter met de patiënt. Een manier waarop dat kan, is het voorschrijven van middelen die bij kneuzingen en fracturen de structuurkracht van de groei ondersteunen. De Arnica montana is zo’n middel bij uitstek. Dit kan in de vorm van Arnica comp. olie dat in mijn praktijk op nummer twee staat in de lijst van meest voorgeschreven middelen. Het is werkzaam bij kleine probleempjes als sportletsels, kleine huishoudelijke ongevallen en bij groeipijn bij kinderen (enkele weken lang voor het slapen gaan insmeren op de ledematen). Maar ook bij ernstige aandoeningen is mijn ervaring dat het de genezing bevordert, maar vooral ook de pijn vermindert. Daarbij moet beslist ook gedacht worden aan de Arnica D3 of D6 die er als druppel of korrel bij voorgeschreven kan worden. Dit is te verklaren doordat Arnica structuurkrachten ondersteunt, waardoor in de aangedane weefsels minder zwelling, en daardoor minder pijn optreedt.

Ik heb in het verleden opvallend vaak meegemaakt dat mensen die forse trauma’s hadden en veel Arnica gebruikten van hun behandelend specialist te horen kregen dat ze ‘toevallig’ veel geluk hadden bij hun herstel en dat het opvallend mooi en snel genezen was. Dat geldt voor enkelvoudige trauma’s (hand in de zaag, enkel gebroken, buiktrauma) als bij grote pathologie (ernstige ongevallen, SAB of CVA, grotere operaties).

Na operaties wordt er dan vaak gekozen voor Arnica in de vorm van Ferrum sidereum/Prunus comp. Het bevat alle ingrediënten (Ferrum sidereum, Prunus, Thuja, Stibium en Arnica) om na een narcose beter in je lijf te komen. Ik zie daarbij de narcose als een weliswaar noodzakelijke, maar ongezond diepe en voor de vormkrachten ‘kneuzende’ slaap. De ziel wordt even krachtig uit het lijf gedrukt en heeft daarna moeite om er weer in te komen.

Het bestanddeel Ferrum sidereum (meteoorijzer) werkt versterkend en heeft een activerend effect zodat mensen ‘er weer in’ komen. De Thuja is activerend voor het afweersysteem en geeft het lichaam een extra stimulans om allerlei gifstoffen (narcosemiddelen en pijnstillers) er weer een beetje uit te werken. En Prunus werkt algemeen vitaliserend: je krijgt er weer een beetje energie van en het heeft een structurerend en vitaliserend effect op de vormkrachten.

Bij trauma’s is er weinig reden om geen Arnica voor te schrijven. Vaak zeg ik tegen mijn patiënten: ‘Arnica is geen wondermiddel, maar toch ook weer wel, want het maakt van zes weken vier weken’. De hersteltijd neemt daarmee enorm af.

Ook voor de wat meer chronische aandoeningen, zoals tendinitis en gewrichtsaandoeningen, kan Arnica goed werken, bijvoorbeeld in de vorm van Arnica/Stannum zalf, dat behalve de direct structurerende kracht van Arnica ook de ‘diepe werking’ van Tin geeft. Tin zorgt in de vitaliteit voor een balans tussen het vloeibare en het vaste. In geval van subchronische ontstekingen een fijn middel om lang te laten smeren. Dat kan ook bij aandoeningen zoals het syndroom van Tietze.

Arnica is, kortom, een echte krachtpatser.

En onze mountainbiker, hoe ging het daarmee? Bij de patiënt met de gekneusde en gebroken ribben was die tijdsverkorting enorm. Hij nam iedere avond gedurende twee weken een warm bad met Arnica comp. olie in de vorm van een dispersie (flesje half vullen met badwater, flinke scheut Arnica comp. olie erbij, goed – maar wel met liefde – schudden en verdelen over het badwater). De patiënt mag zich daarna niet afdrogen, maar de oliebolletjes uit de dispersie, die zich als een jasje over het lichaam verdelen, moet je lekker laten zitten en bijvoorbeeld de nacht laten door werken.

Hoewel ribletsels in de regel als heel pijnlijk worden ervaren, had deze patiënt na twee weken totaal geen pijn meer. En al die tijd had hij geen enkele pijnstiller hoeven nemen voor zijn gekneusde en gebroken ribben. Dat zag hij toch echt als een verdienste van Arnica. En hoe weet ik nou zo zeker dat de patiënt na twee weken geen pijn meer had? Tja... die patiënt, dat was ik zelf.