print

Nieuw boek Dick Swaab: ‘Ons creatieve brein’

In zijn Wij zijn ons brein had Dick Swaab als standpunt dat wij nu eenmaal denken en doen wat ons, door de genen bepaalde, brein wil. Daar heeft hij veel kritiek op gekregen, alleen al omdat het brein helemaal niet zo rigide is, maar plastisch en voortdurend verandert naar aanleiding van wat wij ervaren. Zodat je net zo goed kunt zeggen dat het brein ons gehoorzaamt. In interviews vond hij die plasticiteit niet van groot belang: ‘dat is nu eenmaal de manier waarop we leren’. Zijn nieuwe boek Ons creatieve brein begint hij met te zeggen dat de sociale en culturele invloed op de zich ontwikkelende hersenen erg groot is. En dat de verbindingen in de hersenen te complex zijn om geheel door de genen te worden bepaald.
Maar denk niet dat hier een bekering heeft plaatsgevonden. Hij zegt trots te zijn een neurodeterminist genoemd te worden. Nog steeds bepalen bij hem de hersenen wat wij waarnemen, hoe wij denken en hoe creatief wij zijn en programmeren de hersenen zichzelf op basis van chemische signalen. Dat doen ze dus allemaal uit zichzelf, aldus Swaab. En verder ligt het vast wie we zijn en valt er weinig te ontwikkelen: ‘Onze persoonlijkheidskenmerken zijn gelokaliseerd op een aantal chromosomen en in de structuur van een aantal hersengebieden.’
Het 560 bladzijden dikke boek blijkt een opsomming van uitkomsten van neurowetenschappelijk en neuropsychologisch onderzoek en andere weetjes, gerangschikt naar onderwerp: ontwikkeling van het brein, kunst, muziek, beroepskeuze, hersenziekten. Maar zonder een echte overkoepelende gedachte over de betekenis van dit alles. Het feit bijvoorbeeld dat bepaalde hersenkernen ergens bij betrokken zijn, zegt op zich helemaal niets. Diezelfde hersenkernen zijn bij zoveel andere taken actief, zoals al uit de tekst blijkt.
Hoewel de weetjes, althans dat vind ik, wel interessant zijn, is het erg vermoeiend om zo’n opsomming door te werken. Dat heeft Swaab zelf kennelijk ook begrepen, zodat hij regelmatig wat autobiografische vertellingen en andere anekdoten er tussendoor schuift in een anders gekleurd lettertype, die best leuk zijn om te lezen. Helaas heeft zijn redacteur tussen alle opsommingen de herhalingen en de tegenspraken niet meer op kunnen merken. Zo zijn op bladzij 93 de hippocampus en de amygdala hersenstructuren die zich laat ontwikkelen en op bladzij 95 staat dat de hippocampus vroeg rijpt evenals de amygdala. Of op bladzij 109 blijkt dat rekenvaardigheid van kinderen onder andere voorspeld kan worden door het volume van het striatum. ‘Dit onderzoek’, zo staat er vervolgens, ‘betrof het declaratieve geheugen en niet het procedurele, automatische leren, dat voorspeld wordt door het volume van het striatum.’ Ik kan wel leven met zo’n onzekerheid, maar ik ben dan ook geen redacteur.
Pijnlijker zijn de fouten. Het Down syndroom noemt Swaab een gevolg van een genmutatie, terwijl iedere medicus toch weet dat het om een chromosoomverdubbeling (trisomie) gaat. Hij vertelt dat Europeanen op volwassen leeftijd nog lactose kunnen verteren en Chinezen niet. Als grap meent hij: ‘Het was dan ook een slecht idee van mij om bij mijn eerste reizen naar China (waar hij nu werkt) Goudse kaas mee te nemen. Die zal heel wat diarree hebben veroorzaakt.’ Goudse kaas bevat helemaal geen lactose meer.
Epigenetica noemt Swaab ‘veranderingen van het DNA’. Het DNA verandert bij epigenetische veranderingen juist zelf niet, maar er treedt een variatie op in de expressie ervan. Van verandering van het DNA is alleen sprake bij mutaties. Over stamcellen zegt Swaab: ‘De evolutionaire ontwikkeling (!) heeft ertoe geleid dat wij onze stamcellen gebruiken om kinderen te maken, in plaats van voor de reparatie van het lichaam.’ Hoe zou die reparatie dan verlopen volgens Swaab? Zo zijn er nog meer fouten aan te wijzen. Allemaal wel een beetje gênant, maar die zijn de redacteur niet aan te rekenen.
Kortom, er staat genoeg in om hen die willen weten wat er in de hersenen gebeurt enigszins tevreden te stellen, als ze tenminste niet de hoop hebben ook te gaan begrijpen wat er plaatsvindt. Maar is dat niet eigenlijk wat je zo graag zou willen weten: hoe gebruiken wij dat instrument?

Arie Bos