print

Het emotionele DNA

Arie Bos

De emeritus hoogleraar Pierre Capel heeft een fantastisch boek geschreven over de ‘harde wetenschappelijke’ (lees moleculaire) realiteit van wat vroeger psychosomatiek placht te heten, waarbij hij in een moeite door het feitelijke bestaan van fibromyalgie en chronische moeheid aantoont (en de onzin van de cholesterolhypothese).
Zo’n veertig jaar geleden vond de begrafenis plaats van de psychosomatiek. Daarvóór kregen managers nog maagzweren en maakten cardiologen nog onderscheid tussen type A mensen (die het gaspedaal verder intrapten bij oranje) die wel en type B (die op de rem trapten bij oranje) die geen hartinfarct kregen. Toen bleek ineens de maagzweer het gevolg van de Helicobacter pylori en het hartinfarct van de cholesterol. Sindsdien werd je medisch niet meer serieus genomen als je veronderstelde dat het emotionele leven invloed had op ziekte, tenzij het ging om ‘modeziekten’ als chronische moeheid of fibromyalgie. De vorige voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij is zelfs op de laatste bewering gepromoveerd en sprak over ‘medisch fascisme’ voor het eerste geval.
Je kunt je afvragen waarom we die invloed van het emotionele leven zolang niet hebben willen zien. Iedere arts kent uit de praktijk toch genoeg voorbeelden van de samenhang van psyche en somatiek? En, zo zegt Capel, we hebben wel miljoenen uitgegeven aan placebo-gecontroleerd onderzoek. Dat zou niet nodig zijn geweest als die invloed er niet was.
Hoewel het nog niet tot iedereen is doorgedrongen is er iets fundamenteel veranderd in onze kijk op de biologie, ook op die van mensen. Onze fysiologie blijkt niet genetisch gedetermineerd te verlopen, maar een eigen dynamiek te vertonen. We kennen dat als epigenetica, maar het verloop daarvan is minder bekend. Allereerst worden genen uit- en aangezet (tot zwijgen of tot expressie gebracht) door transcriptiefactoren die weer worden gestimuleerd door omgevingsfactoren, waarbij van belang is hoe die gewaardeerd worden ofwel welke gevoelens die opwekken. Die transcriptiefactoren zijn eiwitten die zich kunnen binden aan een gen dat ligt naast het gen dat gestimuleerd moet worden of juist geremd. Als er langdurig geremd wordt kan het definitief gemaakt worden door een methylgroep aan het gen te plakken en dan pas spreken we van  epigenetica. Dat kan tot drie generaties ver worden doorgegeven. Het blijkt dat emoties direct effect hebben op deze transcriptiefactoren, die dus in alle cellen van organen en systemen aan het werk zijn. Emoties veranderen onze fysiologie op een diep ingrijpende manier via een cascade van neurotransmitters, hormonen, cytokinen en dus transcriptie- en andere factoren. Geheel volgens de volgorde neergelegd in de term psychoneuroendocrinoimmunologie (2x woordwaarde).  
Ach, voor degene die de literatuur een beetje heeft bijgehouden is deze gedachte misschien niet echt nieuw, maar het leuke van dit boek is dat Capel tot op de molecuul beschrijft wat de invloed is van stress en het omgekeerde: de ‘feel good response’. Die kan, als die niet vanzelf ontstaat, versterkt worden door meditatie, yoga, sport en….door een placebo. Hij beschrijft de reden van individuele verschillen en deze reactie, de invloed van vroeg-kinderlijke trauma’s, chronische stress en welke ziekten hiervan het gevolg kunnen zijn. Zoals het verband tussen chronische stress en onvruchtbaarheid, aderverkalking, fibromyalgie en chronische vermoeidheid en chronische pijn. De invloed van emoties op het ontstaan en verloop van depressie, kanker en diabetes. Kortom een handboek voor iedere arts of hoger opgeleide patiënt.
Capel vraagt zich af waarom artsen hier zolang niets van wilden weten: het placebo-effect kende toch iedereen? En dat dat afhing van de interactie tussen arts en patiënt? Hij veronderstelt dat het heersende reductionisme en materialisme hier debet aan zijn. Wat hij niet noemt is het toen heersende idee dat psychosomatiek betekende dat ziekte dus ‘eigen schuld’ is. De schrijfster Karin Spaink heeft hier een woord voor gevonden: artsen die zo redeneren vormen de ‘orenmaffia’: veronderstellen dat ziekte begint ‘tussen de oren’. Wanneer je Capel’s boek leest merk je dat de veronderstelling dat ziekte ‘eigen schuld’ is, nergens op is gebaseerd. Ziekte blijft bij hem iets wat je overkomt en wat bij het leven hoort. De ondertitel van zijn boek luidt: ‘Gevoelens bestaan niet, maar ontstaan’. Een zin die ik niet begreep tot op het eind, waar hij zegt: ‘aanschouw hoe gevoelens onze gezondheid sturen en hoe mind over matter zichtbaar wordt in de moleculaire biologie’. Hij lijkt te bedoelen dat gevoelens geen ‘matter’ zijn en dus in materiele zin niet bestaan maar toch wel degelijk het fysiek kunnen regeren.

P. Capel. Het emotionele DNA. Gevoelens bestaan niet, maar ontstaan. Aerial Media Company. Euro: 24,95.