print

Column: Als ik érgens niet tegen kan…

'Fijn, het wordt weer lente...', denken veel mensen. 'Bah, het wordt weer lente', denken ook veel mensen.
Dit heeft te maken met hun allergieën. Zo ook Jasmijn, die komt met haar verhaal over pollen in de lente. ‘Als ik érgens niet tegen kan, dokter... Ik ben altijd maar verkouden en moe daardoor.’ Het probleem is dat ze wel af en toe levocetirizine gebruikt, en dan wel minder ‘verkouden’ is, maar wel juist heel moe. Moeheid, zo blijkt uit onderzoek, is het zowel door artsen als door patiënten meest onderschatte symptoom bij hooikoorts. Van allergieën word je moe en van antihistaminica ook. ‘Moe plus moe is moe’, zeg ik vaak.
De laatste jaren komen steeds meer allergische aandoeningen voor of aandoeningen die lijken op een allergie. Eigenlijk is het wel raadselachtig dat steeds meer mensen niet meer tegen hun omgeving kunnen, want dat is vrij vertaald wel wat er gebeurt. Met name de antroposofische geneeskunde heeft de allergische medemens wat te bieden. Niet alleen gezichtspunten, maar ook concrete therapieën en geneesmiddelen.

Het lichaam zou bij het waarnemen van graspollen in de lucht deze normaal moeten kunnen afweren. Bij hooikoorts zou je kunnen zeggen dat graspollen (allergenen) teveel toegelaten worden in het neusslijmvlies, waardoor het er later met des te meer kracht – en dus ook klachten – uitgewerkt moet worden.
Het afweersysteem dient ervoor om alles wat niet-lichaamseigen is te herkennen als iets vreemds en het weg te werken of onschadelijk te maken. Van essentieel belang hierbij is dat dit bij de mens een uitermate specifieke ‘eigen’ reactie is. Er wordt gewerkt met ‘eigen' antistoffen die voor iedereen weer anders zijn. Het afweersysteem functioneert als een gesloten systeem en functioneert goed als hierin geen ‘gaten’ vallen.

Principe
Laten we als voorbeeld van een allergie eens een koemelkallergie nemen. Een kind krijgt koemelk-eiwitten binnen, maar kan deze niet goed verteren. Hierdoor ontstaan in de darm half verteerde eiwitten die in een gezonde situatie niet opgenomen zouden worden, maar bij het allergische kind toch in de bloedbaan terechtkomen. Deze moeten er in tweede instantie weer uitgewerkt worden. Dit leidt tot een ‘misplaatste’ uitscheiding, zoals via de huid, waardoor een eczeem ontstaat. We moeten ons realiseren dat de koemelk zelf niet ziekmakend is. En ditzelfde principe geldt ook voor alle andere allergieën. Niet de stof waarvoor men allergisch is, is ziekmakend, maar deze legt een zwakheid van de eigen constitutie (gesteldheid) bloot.

‘Gaten laten vallen’
In de antroposofische menskunde wordt het controlerende geestelijke deel van de mens het ’Ik’ genoemd. Dit ’Ik’ is dat deel van de mens dat zeer individueel is en een integrerende ’kapiteinsfunctie’ heeft. Bij een allergie vallen er delen van het lichaam buiten de hogere controle hiervan. Omdat het geestelijk-psychische deel van de mens het fysieke lichaam onvoldoende ‘beheerst’ (‘bewoont’), vallen er als het ware gaten in dat lichaam. Hierbij kunnen lichaamsvreemde processen dieper doordringen dan eigenlijk de bedoeling is. In deze ondoorleefde gaten voegen zich dan stofwisselingsprocessen, die niet in het lichaam geïntegreerd worden, maar een eigen leven gaan leiden. Het lichaam reageert in tweede instantie met een afweerreactie die erg overdreven is, om toch nog van de lichaamsvreemde stoffen af te komen.

Oorzaken
Aangezien er een enorme toename is van het aantal allergieën, rijst onmiddellijk de vraag waar ze vandaan komen. Wat maakt dat we de wereld niet meer kunnen verdragen en dat ons lichaam zichzelf en dus de wereld niet meer als een geheel waarneemt? Volgens mij speelt daar een aantal factoren in mee.
Eén ervan is de snel toegenomen gewoonte om het afweersysteem zijn eigen kansen tot ontwikkeling te dwarsbomen door veel te snel koortswerende middelen toe te passen bij koortsende ziekten. Ook het opnemen van veel lichaamsvreemde chemische stoffen bemoeilijkt het lichaam zijn eigen afweer. De manier waarop jonge kinderen in onze moderne tijd gevoed worden heeft aanzienlijke veranderingen teweeg gebracht in de samenstelling van onze darmbacteriën, waarvan steeds duidelijker wordt dat ze grote invloed hebben op een al dan niet gezonde ontwikkeling van ons immuunsysteem. Ook moet je denken aan de vele toevoegingen en residuen die in de voeding voorkomen, maar ook aan algemene verontreinigingen in ons milieu. Bovendien vermoed ik dat de vele inentingen die vaak op jonge leeftijd worden gegeven het afweersysteem op een verkeerd spoor zetten. (Kinderen, en dus hun immuunsysteem, mogen als het ware niet meer ziek worden.) Ook een psychische overbelasting, waarbij datgene wat opgenomen wordt niet meer volledig door de ziel doorleefd en verteerd kan worden (denk aan de continue achtergrondmuziek, de TV die aanstaat terwijl iemand eet of terwijl een kind speelt), schept een ’zielsvreemde’, overgevoeligheid veroorzakende, prikkel. Ofwel: onverteerde indrukken werken prikkelbaarheid-verhogend.
De symptomen die ontstaan bij een allergie moet men niet als oorzaak, maar als gevolg zien. Een waterige afscheiding van de neus bij hooikoorts is juist een poging om de vreemde stoffen weer uit te scheiden. Zo zijn alle allergische verschijnselen een poging van het immuunsysteem om weer greep te krijgen op het eigen lichaam.

Therapie
De therapie is begrijpelijkerwijs gebaseerd op het activeren van een gezond doorleefde stofwisseling, waardoor het afweersysteem versterkt.
De kracht van het Ik, van de eigen doorleefde stofwisseling, moet worden hersteld. In de ziel kan dit geoefend worden door bijvoorbeeld een stevig standpunt in te nemen tegenover alles wat je dreigt te overspoelen, en zaken niet te ver te laten komen. Dit doet een appèl aan de (volwassen) zieke om zich actief met iets bezig te houden waarin hij niet juist zijn afweer, maar zijn verbindende sympathie met de wereld voedt. Dat kan bijvoorbeeld door creatieve activiteiten of eventueel door kunstinnige therapie.
Het kind dient met een omhullende therapie en leefomgeving aanvankelijk beschermd te worden en later op eigen benen komen te staan. Gezonde voeding, zo min mogelijk uit de fabriek, en zonder (overmatige) suiker of onnodige toevoegingen, helpen om juist de ‘goede’ darmbacteriën te laten toenemen. Hierdoor wordt de stofwisseling voor het zich ontwikkelende kind ook beter ‘bewoonbaar’.
Lichamelijk zit het vooral in het versterken van de afweergrenzen: slijmvlies en darmfunctie, en in het laten werken van het systeem zelf. Het goed doormaken van koortsende kinderziekten is hierbij een belangrijke hulp. Het van buitenaf beschermen van het organisme tegen stoffen of invloeden waarvoor men allergisch is, is een goede zaak om eerst rust in de zaak te brengen. Later kun je (bij bepaalde voedingsmiddelen) eventueel weer langzaam en met kleine doseringen gaan wennen aan die invloeden.

Medicamenteus gaat het bij hooikoortsbehandeling vooral om injecties met Gencydo, citrus/cydonia. Hiervoor is wetenschappelijke evidence.(1) Veelal hebben mensen daarvan een goede verlichting van de klachten. Beginnen met 1% injecties van eenmaal in de week tot dagelijks geeft goede resultaten. Soms is ophogen naar 3%, 5% of 7% nodig. Bij kinderen of mildere vormen van allergieën kan het middel PlumbumD14/Stannum D14 genomen worden, dat versterkend op de stofwisseling werkt en de genoemde 'gaten' dicht. Een middel dat afdichtend op de vitale organisatie werkt, is oesterkalk. In de vorm van Bryophyllum 5%/Conchae 50%, een middel dat de vitaliteit sterker maakt, 'afdicht' voor omgevingsinvloeden en dus ook voor allergenen.

Het is jammer dat de injecties alleen via Duitsland verkrijgbaar zijn. Dit is zowel een aderlating voor de Nederlandse hooikoortspatiënt als voor het rechtsgevoel van de integratief werkende arts. Dat vind ik oneerlijk.
En als ik érgens niet tegen kan...

Peter Staal, huisarts

Gencydo, citrus/cydonia

PlumbumD14/Stannum D14

Bryophyllum 5%/Conchae 50%



(1) Publications
Citrus/Cydonia comp. for seasonal allergic rhinitis: a randomized study to compare treatment effects of the subcutaneous and the nasal reoutes of administration
Baars, E.; Jong, M.; Savelkoul, H.F.J.
www.wageningenur.nl/en/Publication-details.htm