print

Boekbespreking: Bijna-geboorte-ervaringen

Door Arie Bos.

Zo langzamerhand zijn we, door de vele gepubliceerde bijna-dood-ervaringen, gewend geraakt aan de gedachte dat tijdens en misschien zelfs na de dood er nog sprake is van bewustzijn. Het blijkt meer af te hangen van je levensbeschouwing dan van je wetenschappelijke kennis en inzicht of je die ervaringen serieus wilt nemen of niet. Maar wanneer je ze accepteert dan rijst de vraag: wanneer het bewustzijn over de dood heen reikt, hoe zit het dan met de tijd voor de geboorte? Wanneer begint het bewustzijn eigenlijk? Pas wanneer de hersenen genoeg zijn ontwikkeld? De Amerikaanse psycholoog David Chamberlain heeft van het onderzoek naar deze vraag zijn levenswerk gemaakt.

Wat hij verzameld heeft, heeft hij beschreven in Windows to the Womb. Revealing the Conscious baby from Conception to Birth. Net als in de neurowetenschappen hebben in de neonatologie de technieken om naar binnen te kijken zonder te storen, zoals de echografie bij zwangerschap, veel nieuwe inzichten opgeleverd. Inmiddels is geaccepteerd dat baby’s in de baarmoeder al kunnen leren. Zoals de klank van hun moeders stem, de melodie van hun moeders taal. En na de geboorte blijken ze zelfs kinderliedjes te herkennen die tijdens de zwangerschap herhaaldelijk voor hen zijn gezongen. Vanaf welk moment is dat allemaal mogelijk? We weten dat de hersenen van een foetus rond de 28-30e week ver genoeg ontwikkeld zijn om lichamelijke functies te regelen en rond die tijd kunnen de ogen geopend worden. Laten we voor het gemak aannemen dat ze dan ook ver genoeg gevorderd zijn om het bewustzijn mogelijk te maken. Maar al veel eerder, vanaf acht weken, dus wanneer we nog over een embryo spreken, is er al sprake van bewegingen. En rond week 11 kan een foetus al een vuistje maken. Rond de 15e tot 18e week maakt de baby al zuigbewegingen. Vanaf de 19e tot 21e week kan de baby horen en slikken en kan de moeder de bewegingen voelen! Die kunnen nog allemaal als reflexen worden beschouwd die geen hersenen nodig hebben. Rond de 23e week blijkt de baby REM-slaap te vertonen en dus waarschijnlijk te dromen (een vorm van bewustzijn). Pas rond de 32e week  treedt ‘rustige’ slaap op. Maar er zijn ook observaties die ‘echt’ bewustzijn veronderstellen voor de 30e week. Rond de 26e week kan de baby al schrikbewegingen maken naar aanleiding van luide geluiden.

Vruchtwaterpunctie vind meestal plaats rond de 14 tot 16 weken. Het blijkt dat baby’s daarop onmiddellijk reageren met veel meer bewegingen en een dag later met een vermindering van adembewegingen. Er zijn zelfs observaties waarbij een foetus herhaaldelijk de naald probeerde weg te duwen. Dat betekent dat we niet hebben te maken met spontane reflexen, maar doelbewuste handelingen en dat nog wel in een fase waarbij de ogen nog gesloten zijn en de hersenen nog geen verbindingen met de spieren hebben gemaakt. Betekent dit dat er al sprake is van een individueel bewustzijn, een ‘zelf’? Er kan moeilijk over een ‘ik’ of een ‘zelf’ gesproken worden als er niet sprake is van een ander. Dat zou de moeder kunnen zijn en er zijn veel moeders die een relatie voelen met hun ongeboren kind. Een objectief aanwezige ander vind je echter bij meerlingzwangerschappen. Bij tweelingen wordt al snel duidelijk dat beide baby’s erg verschillend kunnen zijn. Dr. Birgit Arabin, perinataloog, destijds van het Sophia (nu Isala) Ziekenhuis in Zwolle, heeft tweelingen met echoscopie gevolgd vanaf de 8e week. Ze blijken al rond de 9,5e week op elkaar te gaan reageren. De Milanese kinderpsychiater Alessandra Piontelli heeft vele tweelingen vanaf de zwangerschappen begeleid, waarbij ook zij steeds bij de echoscopische monitoring vanaf de 18e week aanwezig was. Zij beschrijft hoe verschillend tweelingen al vanaf de eerste beelden in de baarmoeder zijn en hoe uiteenlopend zij op elkaar kunnen reageren. En dat gedrag blijkt voorspellend te zijn voor de ontwikkeling na de geboorte. Ze schrijft: ‘Zeker, net als bij eenling foetussen, lijkt individualiteit ook aanwezig vanaf de vroegste stadia bij tweelingen.’ Sir William Liley, een Nieuw-Zeelandse specialist in intrauterine ingrepen, zag die individualiteit van foetussen al tien jaar eerder en heeft in 1972 een artikel geschreven (The Foetus as a Personality) waarin hij aantoont dat een foetus een intelligente handelende persoonlijkheid is, die leert van en reageert op de omgeving, vooral natuurlijk de moeder. Wij komen niet als een onbeschreven blad, maar als een enigszins ontwikkelde persoonlijkheid, met een eigen zelf, ter wereld. Het blijkt dat de ontwikkeling van de hersenen in de baarmoeder ook al voorafgegaan wordt en gevormd wordt door gedrag en bewustzijn.

Hoe komt een psycholoog als David Chamberlain ertoe om zich op dit onderwerp te storten? Het blijkt dat hij veel met hypnose werkte en van cliënten herinneringen te horen kreeg aan de tijd dat zij nog in de baarmoeder zaten en meemaakten wat hun moeders overkwam. En het bleek dat die herinneringen bij hun moeders geverifieerd konden worden. Dat overtuigde hem van het feit dat wij als bewuste wezens ons leven beginnen. Vooral door deze onder hypnose vertelde herinneringen van de cliënten, die zelfs tot de conceptie en naar vorige levens teruggaan, is het boek erg leuk om te lezen en geeft het veel om over na te denken.

David Chamberlain. Windows to the Womb. Revealing the Conscious Baby from Conception to Birth. North Atlantic Books. Berkeley, California.