print

Hepatodoron, een bijzonder levermiddel

Het preparaat Hepatodoron kan bogen op een lange en brede klinische ervaring; het is al sinds begin vorige eeuw op de markt, en dit in vele landen. In Nederland is een registratie als fyto-geneesmiddel (traditional herbal medicinal product) net afgerond. In België is het als kruidenpreparaat beschikbaar onder de naam Vitidor.

Hepatodoron behoort tot de zogenaamde orgaan-specifieke ‘type’-middelen van de antroposofische geneeskunde. Dit zijn echte basismiddelen, bedoeld om het ‘gezonde midden’ van een orgaanfunctie te versterken. Ze bestaan in de regel uit twee of meer bestanddelen (meestal planten), die een duidelijke verwantschap met het betreffende orgaanproces vertonen, maar tevens grote onderlinge verschillen, zodat ze als het ware elkaars tegenpolen zijn (al dan niet met een verbindende component). ‘Als gezonde voorbeeld’ kan een typemiddel in beide richtingen worden ingezet, zowel bij een ‘te veel’, als bij een ‘te weinig’.

Hepatodoron, dat letterlijk ‘geschenk voor de lever’ betekent, is ontwikkeld als kuurmiddel ter ondersteuning van de gezonde leverfunctie. Het wordt als basistherapie ingezet bij functionele leverstoornissen en in alle gevallen waar de opbouwende, vitaliserende werking van de lever ondersteund dient te worden. Moeheid, hoofdpijn, lusteloosheid, lage prestaties, gebrek aan eetlust, overgevoeligheid voor vetten, meteorisme, drukkend gevoel in de bovenbuik, allergieën, eczeem, jeuk, slaapstoornissen (nachtelijk ontwaken), een middagdip – dit alles kan wijzen op een verzwakte lever in antroposofische zin. 

Hepatodoron wordt bereid uit de jonge bladeren, gedroogd en verpulverd, van de bosaardbeiplant (Fragaria vesca, folium) en van de wijnstok (Vitis vinifera, folium).

Een beschrijving van de componenten:

 

Fragaria vesca

De bosaardbeiplant (Fragaria vesca)  behoort tot de rozengewassen (Rosaceae) en komt in bijna heel Nederland en België voor, vooral in kreupelhout en aan bosranden (helaas niet meer zo algemeen als vroeger). Het is een kruidachtig, laag blijvend plantje dat redelijk oppervlakkig wortelt en de voorkeur geeft aan een vochtige zandgrond en gefilterd zonlicht.

Alle bladstelen groeien rechtstreeks uit de wortelstok en uiteindelijk ook de bloemstengel. De drietallig gedeelde bladeren hebben een gezaagde rand, een glanzende bovenkant en een lichtere, donzig behaarde onderkant. Ook de bladstelen zijn behaard.

De bloemstengel vertakt zich en aan elke vertakking komt een bloem met vijf helderwitte kroonblaadjes. Na de bloei groeit de bloembodem uit tot een rode, vlezige schijnvrucht, de aardbei, waarin de nootvruchtjes (pitjes) aan de buitenkant zijn ingeplant.

Met zijn heerlijk zoete smaak en subtiel, zoetig-fris aroma is een rijp bosaardbeitje een ware delicatesse. 

De hele zomer tot in de herfst gaat dit vitale plantje door met bloeien én vruchtvorming. Voortplanting gaat via het zaad, maar ook vegetatief, via de talrijke bovengrondse uitlopers waaraan zich nieuwe planten ontwikkelen.

De rode kleur in het afstervende blad wijst op de aanwezigheid van ijzer. Het blad bevat ook veel kiezelzuur, vitamine C, suikerachtige stoffen, looistoffen, flavonoïden, salicylzuur en fenolzuren. Door het hoge gehalte aan looistoffen werken preparaten uit aardbeiblad samentrekkend.

In de kruidengeneeskunde wordt het blad van Fragaria vesca traditioneel toegepast bij leverproblemen en als ‘bloedreinigingsmiddel’. Het nieuwe in het concept van Hepatodoron is de combinatie van dit blad met dat van Vitis vinifera.

Vitis vinifera

De wijnstok (Vitis vinifera) behoort tot de familie van de Vitaceae en komt oorspronkelijk uit de warmere streken van Europa, zoals het Middellandse zeegebied, de Balkan en de Kaukasus.

De plant houdt van een warme en zonnige standplaats. De bodem moet voldoende vruchtbaar zijn, maar veel vocht is niet nodig, omdat de plant een wortelstelsel ontwikkelt dat tot diep in de aarde reikt.

De drie-tot vijflobbige bladeren hebben een hartvormige omtrek en zijn grof gezaagd. De bovenkant is kaal, de onderkant witviltig behaard. De jonge uitlopers vormen naast bladeren ook hechtranken, die zich om elk mogelijk steunpunt oprollen, waardoor de plant omhoog kan klimmen naar het zonlicht.

Een in het wild groeiende wijnstok groeit uit tot een stevige plant van wel dertig meter hoog, met een stam van vijftig centimeter doorsnee. Door cultuurwijnstokken stelselmatig te snoeien ontstaat de karakteristieke dikke knoestige stronk met de bruine vezelige schors vol kloven. De plant kan zeer oud worden.

In juni ontluiken de zacht geurende bloementrossen, onopvallend groen, met een gelige waas. Hieruit ontwikkelen zich sappige vruchten, de welbekende druiven, in de kleuren wit (meer iets gelig) en blauw (variërend van blauw tot dieppaars), met een mat waslaagje. Het harde zaad (pit) zit binnenin de vrucht. 

Wijnstokbladeren bevatten verschillende stoffen met een stimulerende werking op de stofwisseling, waaronder inositol dat zich makkelijk met fosforzuur verbindt en een belangrijke rol speelt in de lever- (en spier-)stofwisseling en choline, een basisstof voor de aanmaak van de vetemulgator lecithine. Verdere belangrijke bestanddelen zijn looistoffen, flavonoïden (rutine) en pro-antocyanen (organische zuren).

In de kruidengeneeskunde worden wijnblad-preparaten vooral toegepast als tonicum voor haarvaten en vaatwanden (vitamine P-eigenschappen).

Fragaria/Vitis (Hepatodoron)

Het concept van Hepatodoron steunt op de verwantschap tussen bepaalde plantenprocessen en gezonde leverprocessen.

In de lever vinden vele levens-vitale, complexe processen plaats, zoals het ritmisch opnemen, omzetten, nieuw opbouwen en uitscheiden van de meest verscheiden stoffen, de fijne afstemming van deze processen met de noden van dat ogenblik, de sturing van de vloeistofstromen van veneus en arterieel bloed, van gal en lymfevloeistof en de voortdurende vernieuwing van het eigen parenchym.

De lever speelt een belangrijke rol in de eiwitopbouw en in het ontgiften van eiwitafbraakproducten, maar is bovenal het orgaan van de suikerstofwisseling. Hij verdicht de in de voedingsstroom opgeloste suiker tot het onoplosbare ‘leverzetmeel’ glycogeen (glycogenese), en slaat dit op. (Dit proces begint rond drie uur ’s middags en heeft haar hoogtepunt tegen drie uur ’s nachts.) Anderzijds zet hij, wanneer het organisme energie verbruikt, dit glycogeen weer om tot oplosbare bloedsuiker (glycogenolyse). Zo houdt hij de bloedsuikerspiegel in evenwicht. 

In een plantenblad spelen zich gelijkaardige suikerprocessen af. Tijdens de fotosynthese wordt onder inwerking van het daglicht water en luchtkoolzuur in het bladgroen tot zetmeel verdicht. ‘s Nachts wordt het geassimileerde zetmeel weer opgelost tot suiker, die dan door de vegetatiepunten, het groeiweefsel, wordt aangezogen: hoe energieker, hoe sterker de groeiactiviteit.

In Hepatodoron zijn twee planten verwerkt, die in vele opzichten elkaars tegenpool zijn. Zo blijft de bosaardbei bijvoorbeeld laag tegen de bodem en verkiest halfschaduw en koele, vochtige humusrijke aarde, terwijl de wijnstok in bij voorkeur kalkrijke grond naar boven klautert naar het licht en de warmte opzoekt. De aardbei draagt haar zaden in de periferie van haar (schijn)vrucht, de wijndruif verpakt de zaadkern binnenin de vrucht.

Wat beide planten gemeen hebben is de overvloed aan zoete, aromatische en sappige vruchten, die ze voort weten te brengen ondanks de hiervoor weinig gunstige omstandigheden: droge hitte (wijnstok) en karig zonlicht (bosaardbei). De basis voor dit uitbundige vruchtvormingsproces ligt in een intensieve suikerproductie in hun bladgebied. 

Door bij de bereiding van Hepatodoron gebruik te maken van de bladeren, het regeneratieve, stofwisselings-actieve groene midden van de plant, en niet van de vruchten, wordt de werking van het middel niet gericht op het substraat (de suiker), maar op het proces: op het gezonde, levende ritme in de lever van verdichting (glycogeen) en oplossing (suiker).

Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van alcoholische extracten, maar van een mild warmte-(droog)proces om de relatie tot de lever, het warmste orgaan van het menselijk organisme, te verhogen. 

Zinvol is een toepassing over tenminste drie maanden, in individuele gevallen langer. De tabletten dienen goed gekauwd te worden, want het leverproces begint al in de mond (via signaal naar de lever, die ’anticipeert’ op wat geproefd wordt). De smaak is kruidig, maar niet onaangenaam.