print

Column: 'Rode of witte'

Peter Staal, huisarts

De oude Duitse internisten onderscheidden nog de rode en de witte hypertensie. Ingegeven door de klinische blik en ver vóór de tijd van protocollen, dbc’s en ketenzorgafspraken, keken zij nog naar de individuele verschillen tussen mensen en probeerden dat in beelden te vatten. Hoe nuttig dat bleek voor een moderne arts, bewees een tijdelijk baantje dat ik had bij de bloedbank. 

De antroposofische geneeskunde maakt eenzelfde indeling als die oude Duitse artsen deden. Dat is ook niet zo vreemd, want het is het fenomeen ‘mens met hoge bloeddruk’ dat aanleiding geeft tot de verhelderende gedachten van witte en rode hypertensie. Hoe is de rode en witte hypertensie te begrijpen en waarom is dat nuttig?

Eerst een kort verhaaltje over mijn jonge jaren als arts, toen ik werkte bij de bloedbank. De regel daar was dat mensen met hoge bloeddruk geen bloed mochten geven, omdat de ervaring leerde dat sommigen daarop flink konden collaberen. In mijn werk als keuringsarts (mensen werden, als er bij Hb- en tensiecontrole iets mis was, naar de arts gestuurd) bleek in de spreekkamer snel dat hier twee typen te onderscheiden waren.

Ten eerste had je het type dat een moreel hoogwaardig verhaal hield dat ze graag bloed gaven, omdat bijvoorbeeld een familielid ook ooit eens bloed had gehad en ze op deze manier voor de maatschappij wat terug konden doen, maar dat ze nu eigenlijk wel blij waren dat het niet door mocht gaan, want dat ze zich vaak na het bloed geven een tijd lang moe voelden. Ze kwamen dan liever de volgende keer wel weer, maar nu gaven ze dan liever geen bloed. Dit waren vaak de wat bleke magere mensen, met een eerder wat kouwelijke habitus en een wat bleke toet.

Dan was er een ander type dat het jammer vond om niet te kunnen geven om een persoonlijke reden. ‘Ja dokter,’ was het verhaal dan vaak, ‘ik hoop dat ik toch mag geven, want ik voel me daarna altijd wekenlang een stuk beter. Weinig dingen die zo goed voor mij zijn als bloed geven dokter, ik weet niet wat het is, maar zo werkt het bij mij gewoon.’ Dit zijn meestal de wat gezette gestuwde, mensen met wat rode wangen die vaak ook de neiging tot overgewicht niet konden verhullen.

Het leuke is dat deze twee typen en hun bijbehorende verhalen naadloos passen op de typen van de witte en de rode hypertensie.

Witte hypertensie: Het zenuwzintuigstelsel (de bovenpool) kan te sterk aangesproken worden. Door bijvoorbeeld overmatige zintuigprikkeling en zorgelijke gedachten kan de met de bovenpool verbonden verstarrende, verstijvende impuls dusdanig sterk worden dat zij ook in de andere gebieden gaat overheersen. De opbouw in de stofwisseling komt moeilijker tot stand, waardoor de eetlust vaak minder en het postuur vaak (relatief) slank is. Door perifere vasoconstrictie is de huid vaak bleek, zodat er bij dit type hypertensiepatiënten gesproken wordt over ‘witte hypertensie’. Mensen met aanleg tot perfectionisme en nervositeit zijn gevoeliger voor dit type hypertensie.

Rode hypertensie: Als de onderpool, dat wil zeggen het stofwisselings-ledematensysteem, in dysbalans raakt ziet men een heel ander beeld: er worden vaak juist (te) veel voedingstoffen opgenomen (onder andere vaak teveel dierlijke vetten en zout), die niet allemaal gebruikt kunnen worden voor opbouw en verbranding, ook omdat er vaak te weinig bewogen wordt. Waar de ledematen te weinig bewegen, beweegt het bloed echter des te meer: het hoofd loopt vaak rood aan, vooral bij inspanning en emotie. Deze vorm wordt dan ook ‘rode hypertensie’ genoemd. Het is deze vorm die vaak gepaard gaat met overgewicht en diabetes, en het zijn vaak de levensgenieters die gevoelig zijn hiervoor.

De therapie moet uiteraard beginnen met een lifestyle-verandering, waardoor de patiënt zijn eigen constitutie als het ware overwint. Bij hypertensie zal dat vaak zijn een gezonde voeding en het inbouwen van rustmomenten in de dag, die zowel voor de rode als de witte hypertensie heilzaam zijn.

De witte hypertensie behandel je door de nerveuze druk van het systeem te halen. Dat kan met middelen als Rauwolfia in lage doseringen, dat een sympathicolytisch effect heeft en dus kalmeert. Ook Belladonna, bijvoorbeeld in de vorm van Aurum/Belladonna comp., is een goed middel om de hypertensie patiënt te ondersteunen.

Bij de rode hypertensie gaat het om het verminderen van de druk van de stofwisseling en het beter doorleven van de stofwisseling, zodat de ‘egoïstische’ inzet (‘lekker doorstuwen’) beter ten dienste van het gehele lichaam komt. Hier kunnen middelen als Ferrum sidereum (incarnerend), Cuprum (verwarmend voor de stofwisseling) en Phosphorus (wekkend) gebruikt worden.

Middelen die antroposofische artsen altijd kunnen inzetten, vanuit de gedachte dat ze harmoniserend vanuit het middengebied zelf werken, zijn Cardiodoron en Crataegus, eventueel in de vorm van Crataegus comp.

De beschreven polariteit is precies wat je waarneemt als je op de bloedbank werkt. En de gedachte werkt: ik liet vaak de mensen met de rode hypertensie toch bloed geven. Ook de oude Grieken wisten al dat in die gevallen een aderlating best kon, als iemand de ‘rode’ kenmerken vertoonde. En die oude wijsheid bleek nog altijd te kloppen: nog nooit heb ik iemand met rode hypertensie zien collaberen na het geven van bloed.

Peter Staal, huisarts

Onlangs kreeg ik een monografie in handen van collega Wouter Endel. Hij beschrijft op treffende wijze de typeringen en maakt er werk van hoe je ook vanuit het reguliere blikveld (polariteit knijpen / stuwen) de twee polen en hun reguliere behandeling vindt. Van hem zijn bovenstaande beschrijvingen van de rode en witte hypertensie.

Woordenboek


Deel deze nieuwsbrief met een medische collega