print

Ontstekingsdruppels

Bij elke vorm van ontsteking is Apis/Belladonna comp. hét basisgeneesmiddel, in het bijzonder wanneer het de ademhalingswegen betreft. De compositie is als Ontstekingsdruppels en als Ontstekingskorrels (de alcoholvrije variant) beschikbaar en bevat twee substanties, die elkaar volgens de antroposofische geneeskunde aanvullen en versterken: Apis mellifica en Atropa belladonna, beide in lage homeopathische verdunning.

In al haar functioneren is de honingbij nauw verbonden met de zon. Ze oriënteert zich aan de hand van de beweging van de zon, haar werkgebied ligt in de bloemen met hun nectar en pollen, zonder twijfel de ‘meest kosmische warmtesubstanties’ die de plantenwereld te bieden heeft. Bijen zijn één van de weinige insecten die aan temperatuurbeheersing doen (zowel koelen als verwarmen) om het broed en het volk zelf op temperatuur te houden. In wezen is elke afzonderlijke bij te beschouwen als een ‘cel’ van het ‘organisme’, dat het bijenvolk in zijn geheel vormt. De perfect zeshoekige vorm van de raten laat vermoeden dat bijen ook een sterk ‘vormgevoel’ bezitten.

Bijengif (Apisinum) bevat een complex mengsel aan eiwitten en peptiden, naast o.m. histamine, acetylcholine, catechol- en andere amines. Vers uitgescheiden gif is een heldere kleurloze vloeistof met een scherpe bittere smaak, een aromatische geur en een pH van 5,0-5,5. Wanneer een bij haar gif injecteert roept dit bij de mens de typische symptomen op van een acuut ontstekingsproces: calor (warmte) – dolor (pijn, brandend-stekend) – rubor (roodheid) – tumor (zwelling, oedeem). De klachten verergeren door warmte en aanraking en verbeteren door afkoeling. Volgens het homeopathische similiaprincipe worden Apis-preparaten ingezet bij ziekten met een gelijkaardig symptomenbeeld. Dit sluit grotendeels aan bij het gebruik in de antroposofische geneeskunde, waar men een specifieke relatie ziet tussen Apis en het ‘warmteorganisme’ in de mens (het geheel aan temperatuurreguleringssystemen). Wanneer warmteprocessen uit de hand lopen, en hevige acute ontstekingen ontstaan, wordt een Apis-preparaat in homeopathische verdunning toegediend, met het therapeutisch doel een ‘kunstmatig ontstekingsproces’ (in afgezwakte vorm) op te wekken dat het ‘zelfherstellend vermogen’ op de juiste manier in actie brengt, waarbij ook het ‘spontane ontstekingsproces’ adequaat aangepakt kan worden. Ook in gevallen waar het ‘warmteorganisme’ tekortschiet, met koudegevoel, verstarring en verhardingsprocessen als gevolg (zoals bij artrose), worden Apis-preparaten ingezet.

Voor het bereiden van de Apis (mellifica)-oertinctuur wordt het gehele insect verwerkt. Eén gram Apis oertinctuur (=D1) bevat 50-140 µg bijengif; een dosis van 10 druppels Ontstekingsdruppels (ongeveer 0,35 ml) bevat 0,16-0,46 µg bijengif. (Reden dus om wel voorzichtig te zijn bij mensen met een bekende bijengifallergie).

Belladonna

Atropa belladonna (wolfs- of doodskers) is een vaste plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae). Ze groeit op beschaduwde plekken en overwintert ondergronds. In het voorjaar verschijnt bovengronds een stevige scheut, die pal omhoog gaat. Aan die verticale groei komt abrupt een einde als de eerste bloem verschijnt. Van dan af gaat de plant zich meer in het horizontale vlak bewegen; de scheut splitst zich in meerdere zijtakken, die zich op hun beurt steeds vertakken als er bloemen worden gevormd. Gestart als een vitaal en onschuldig kruid waarvan het zaad alleen maar in het licht kan ontkiemen, verandert Belladonna plots in een duistere plant met een muffe, dierlijke geur, vuil violetbruine bloemen en glanzend zwarte, uiterst giftige bessen. Het hoofdalkaloïd in het gif is l-hyoscyamine.

De typische verschijnselen van een Belladonna-vergiftiging verraden een hoofdzakelijk anti-cholinerge werking: droge mond, pupilverwijding, psychische opwinding, heftige vasculaire congestie, versnelde hartslag, trage peristaltiek, bloeddrukdaling, fotofobie, wazig zicht, tot, in ernstiger gevallen: duizeligheid, hallucinaties, convulsies en tenslotte koorts, delirium, coma, hart- en ademstilstand. In de homeopathie zet men Belladonna in bij plotseling optredende congesties, erytheem-achtige dermatosen en abcessen, koortsende ziekten zoals angina en griep, en bij allerlei spasmen. Karakteristieke aanwijzingen zijn onder meer een rood hoofd, droge slijmvliezen, kloppende pijn, innerlijke onrust, wijde pupillen, overprikkeling van alle zintuigen met een bijzondere gevoeligheid voor licht. Ook hier sluiten de toepassingsgebieden grotendeels aan bij die in de antroposofische geneeskunde gebruikelijk zijn. Men herkent in Belladonna een plant met een duidelijke polarisering tussen boven en onder, opbouw en afbraak. Wanneer in de mens deze polarisering in overmaat optreedt en in een eenzijdigheid afglijdt, ontstaat een ziekteproces, dat zich uit als ontstekings-, respectievelijk verkrampings-, verhardingsproces. In beide situaties wordt gebruik gemaakt van Belladonna, in gepotentieerde vorm, met als therapeutisch doel om opbouw en afbraak weer in evenwicht te krijgen in het door het ontstekingsproces doorgeschoten stofwisselingsproces, respectievelijk om gestagneerde en te vast geworden processen weer in beweging te brengen.

Woordenboek


Deel deze Nieuwsbrief