print

Singing in the Brain – Erik Scherder

Arie Bos

Interessante feiten, maar weinig uitleg.

Erik Scherder staat bekend als een gedreven docent op het gebied van de hersenen. Vooral op TV bij ‘De wereld draait door’ is hij daarmee bij het grote publiek bekend geworden, maar er staan ook veel colleges van hem op YouTube. Wat je dan ziet is een bijzonder opgewekte man die zijn betoog om de paar zinnen onderbreekt om de zaal erbij te betrekken. Hij begint al met ‘Hebt u er zin in? Haha! Nou dat komt goed uit, ik ook’, en later hoor je hem vaak zeggen ‘Nu moet u wel even reageren hoor, want dit is heel bijzonder’. En ik moet zeggen: het werkt! De mensen luisteren echt en slapen niet in. Ik was dus erg benieuwd naar zijn nieuwe boek Singing in the Brain over de relatie van muziek met de hersenen. Dat zou ongetwijfeld ook niet slaapverwekkend zijn, ik had er zin in.

Om te beginnen: de boodschap van het boek is sympathiek. Scherder wil laten zien dat het luisteren naar muziek, en zeker het spelen van muziek, goed is voor je hersenen. Hoewel het klinische onderzoek dat dit moet bewijzen wat mager blijft, is zijn verklaring duidelijk. Bij het genieten van muziek, zowel de passieve als de actieve manier, zijn vele verschillende en ver uit elkaar liggende gebieden van de hersenen betrokken. Nu is dat bij veel bezigheden het geval, maar Scherder wijst er voortdurend op dat steeds weer de motorische schors meedoet. En bewegen is goed voor de hersenen, dat kenden we al als Scherders mantra.

In dit boek doet hij precies hetzelfde als bij zijn colleges, hij betrekt de lezer bij het onderwerp door zinnetjes als: ‘Briljant, vind u ook niet?’ of ‘Laten we weer eens gaan kijken bij de wetenschap. Ik heb er zin in’ of, en daar schrok ik bijna van: ‘Is het nog te volgen?’ Dat is een problematische vraag in een boek, want de schrijver wacht mijn antwoord niet af en gaat onverdroten voort. Dat is jammer want, inderdaad, vaak snapte ik niet wat er nu zo bijzonder is aan wat hij heeft te vertellen. Dat heeft te maken met de taak die Scherder zich heeft gesteld, zoals hij schrijft in de inleiding: ‘…ontstond bij mij de drive om zoveel mogelijk aspecten van de muziek “uit te leggen” aan wie het maar horen wil. En dat doe ik graag aan de hand van eenvoudige afbeeldingen van complexe neurale systemen in de hersenen.’ En dat is precies het probleem.

Op de helft van de pagina’s, misschien wel meer, staan afbeeldingen van die hersenen, al dan niet met hersenkernen, met lijnen die verbindingen tussen de lobben of de kernen verbeelden, om uit te leggen dat die gebieden samenwerken bij bijvoorbeeld het luisteren naar een ritme of het herinneren van een melodie. Nu vind ik dit soort verbindingen zelf toevallig altijd wel interessant, omdat ik inmiddels wel iets van die kernen en gebieden afweet. Maar in dit boek wordt zelden uitgelegd waaróm het interessant is dat die gebieden en kernen betrokken zijn, zodat ik vaak als reactie had: So what? Hoeveel te meer zal dat het geval zijn bij lezers die niet ingevoerd zijn in de functionele hersenanatomie. Want het is bedoeld als een boek voor het algemene publiek. Het wordt er niet leesbaarder op als er steeds Engelse en, zoals in de Nederlandse traditie, Latijnse benamingen door elkaar worden gebruikt en gecombineerd: bijvoorbeeld ‘de caudate nucleus’ in plaats van de nucleus caudatus. Soms wordt het erg verwarrend omdat een gebied eerst in de tekst de mediale prefrontale cortex wordt genoemd en later bij de illustratie de mediale premotor cortex (cursief van mij).

Het kan ook aan de redactie liggen. Een bewering als: ‘In een studie werd gevonden dat atrofie (verschrompeling) van de witte stof in het voorste gedeelte (anterior) van de slaapkwab (temporale lob) een positieve relatie vertoonde met de hoogte van het IQ. Dat betekent: hoe meer atrofie van de witte stof in dit deel van de slaapkwab, hoe lager het IQ’ (cursief ook weer van mij), zou toch door een beetje redacteur verbeterd moeten worden? Worden we nu iets wijzer over hoe we de muziek waarderen? Bij het bespreken van tonale versus atonale muziek zegt hij dat bij tonale muziek een harmonische structuur rond een grondtoon aanwezig is die bij de atonale afwezig is. Daarbij bedoelt hij waarschijnlijk dat elk tonaal muziekstuk in een bepaalde toonsoort is geschreven, C-groot bijvoorbeeld, en atonale niet. Nu wekt elke toonsoort een bepaald gevoel op. Daarom wordt atonale muziek cerebraal geconsumeerd en gewaardeerd, terwijl tonale muziek gevoelens opwekt. Dat wordt niet genoemd, maar wel dat bij atonale muziek de hartslag naar beneden gaat en de bloeddruk omhoog. ‘En nu komt het: bradycardie en hoge bloeddruk worden ook gevonden bij angst, spanning en gebrek aan ontspanning.’ Waaróm dat zo is wordt niet besproken, maar wel dat daarom bij horrorfilms en thrillers dankbaar gebruik wordt gemaakt van atonale muziek.

Ik werd door dit boek kortom niet echt bevredigd in mijn zucht tot begrijpen, het blijft bij feitelijkheden. Wat niet wegneemt dat Scherder op zijn allerbest is bij het bespreken van casuïstiek. Met veel empathie voert hij verschillende patiënten ten tonele, net zoals bij zijn colleges, waarbij je een echt mens beschreven krijgt, en waar de schrijver duidelijk sterk bij betrokken is. Dat maakt erg veel goed. Maar waarom hij dan weer zijn boek besluit met een interview met twee liedjesschrijvers over hoe je een hit schrijft, blijft voor mij een raadsel.