print

Het microbioom en ik

De wetenschap heeft zich massaal gestort op het microbioom. ‘Microbioom’ is de moderne  naam voor onze darmflora en is daarom een beter woord omdat ‘flora’ suggereert dat de bacteriën tot het plantenrijk behoren.

Dat is niet zo: een bacterie kun je beschouwen als het meest basale levende (eencellige) wezen dat er is, en dat nog ver vóór je het plantenrijk betreedt. Om het overdrachtelijk te zeggen: in de bacterie komt de aarde tot leven. De bacterie is als het ware het leven zelf en alles wat er bovenuit stijgt compliceert dat leven, doet er iets mee.
De wetenschappelijke belangstelling voor dat wat er in de bacteriewereld van vooral onze dikke darm gebeurt, wordt vooral veroorzaakt door de ‘side effects’. Een slecht functionerend microbioom, dat wil zeggen met een ongunstig evenwicht tussen goede en slechte bacteriën, is verantwoordelijk voor allerlei medische problemen, variërend van allergieën, overgewicht,
diabetes en een slecht werkend immuunsysteem tot psychische problemen als depressie en angsttoestanden. Zelfs zoiets als autisme zou, in elk geval voor een deel, te maken kunnen hebben met de manier waarop bacteriën zich in de darmen gedragen. Als dat waar is, en de aanwijzingen zijn heel sterk en er komt steeds meer ondersteunend bewijs voor, dan biedt dat
ongekende therapeutische mogelijkheden. Het versterken van de immuniteit met lactobacillen na een ziekbed of operatie, zeker als er met antibiotica gewerkt is, de zogenaamde probiotica, is reguliere therapie aan het worden. Onlangs werd bekendgemaakt dat het veranderen van het microbioom van de oksels van mensen, die last hebben van een voor hun sociale leven
invaliderende transpiratiegeur, met donorbacteriën zeer hoopvolle resultaten had opgeleverd.
Overgewicht zou te verhelpen zijn met ‘poep van de buurvrouw’, waarbij een eigen ongunstig microbioom, dat het aankomen bevordert, wordt beïnvloedt door bacteriën toe te dienen van iemand die geen last heeft van dik worden. Dit zijn maar een paar voorbeelden en de lijst kan nog veel langer gemaakt worden. Veel van deze therapieën verkeren nog in een experimenteel
stadium, maar de ontwikkelingen gaan duizelingwekkend snel.
Wat maakt het microbioom goed of slecht? Is een goed microbioom, dat wil zeggen een bewoning met bacteriën die ons helpen in ons lichamelijk welzijn, iets van buitenaf dus, een min of meer toevallige aangelegenheid, of hebben we daar zelf de hand in? Het is waarschijnlijk allebei waar. Het is bekend dat ieder gezond mens binnen bepaalde grenzen zijn eigen microbioom heeft. Er zijn zelfs onderzoekers die beweren dat het microbioom als ‘streepjescode’ nog preciezer is dan ons DNA, wanneer het gaat om identificatiemethodes.
Het ontwikkelen van een eigen microbioom begint al bij de geboorte, wanneer een baby een beetje vaginaslijm van zijn moeder binnenkrijgt en start met het opbouwen van zijn eigen bacteriewereld. Ons immuunsysteem, ons vermogen om onze eigenheid te bewaren ten opzichte van de buitenwereld, bepaalt mede de kwaliteit van het microbioom, terwijl
datzelfde microbioom er voor verantwoordelijk is dat het immuunsysteem uitgedaagd wordt en in balans blijft. Daar staat tegenover dat, bij falen van datzelfde immuunsysteem, het microbioom ten kwade kan veranderen door een darminfectie met een campylobacter- of dysenteriebacterie, intensief antibioticagebruik of overmatige suiker in de voeding.
Voor zover dat zich allemaal in de darm zelf afspeelt, is het nog niet zo interessant. Dat wordt het wel wanneer je ziet dat een microbioom met teveel slechte bacteriën verderstrekkende gevolgen heeft dan een niet goed verlopende vertering. Een zo verstoorde darmfunctie beïnvloedt de hersenen namelijk zodanig dat allerlei onlustgevoelens kunnen ontstaan of er een depressie optreedt. Daar komt een heleboel activiteit van hormonen, neurotransmitters en zenuwimpulsen aan te pas, maar dat is nu even niet belangrijk. Wel belangrijk is het om te merken dat onze stemming, motivatie, zelfgevoel, emotionele huishouding, allemaal geregistreerd in een bepaald gebied in de hersenen, minstens méde bepaald wordt door dat wat er zich in de dikke darm afspeelt. Je zou kunnen zeggen dat de dikke darm, en de dunne darm en wat daaraan voorafgaat ook in mindere mate, één groot zintuig zijn voor de kwaliteit van ons microbioom, oftewel van ons leven. Of ik in staat ben het leven te leiden dat ik voor ogen heb, wordt zichtbaar in de samenstelling van mijn eigen bacteriewereld. Mijn gezondheid, en dat in de ruimste zin van het woord, drukt zich uit in het gezonde evenwicht tussen goede en kwade bacteriën. Een gezond microbioom is dus de uitdrukking van mijn gezonde vermogen om te zijn wie ik wil zijn. Wanneer ik zeg dat ik me goed kan uitdrukken heb ik het dus meestal niet over mijn stoelgang, maar wel over de manier waarop ik in het leven sta, lichamelijk, psychisch en als persoon. En met een beetje fantasie zou je kunnen zeggen dat je in het gebied van de darm ook letterlijk ‘in het leven staat’.

Aart van der Stel