print

Boekrecensie: 'God versus Particle Physics'

‘Niemand twijfelt meer aan de Big Bang’ zei wetenschapsjournalist Govert Schilling op de radio. Ik moest lachen omdat ik nu net een boek aan het lezen was waarin dit concept op wetenschappelijke gronden een geloof werd genoemd en geen wetenschappelijk aannemelijk gemaakt feit. Lees meer…

De psycholoog  J.B. Davies, heeft zich in zijn werk vooral bezig gehouden met onderzoek naar de reden waarom er dingen fout gaan in fabrieken en organisaties en wel als er  ‘een menselijke factor’ in het spel is. Het antwoord op de vraag: “Waarom volharden mensen in foute redenaties”, was vaak de sleutel om te begrijpen waarom de dingen verkeerd aflopen. Hij beschrijft zichzelf als een positivist die niets van metafysica of religie moet hebben, maar hij merkt dat dezelfde redenen waarom hij die afwijst, hem ook sterk doen twijfelen aan de realiteit van theorieën  als de Big Bang, donkere materie, donkere energie en de meer dan zestig soorten deeltjes die inmiddels in de fysica onderscheiden worden. In zijn boek God versus Particle Physics. A No-Score Draw. A Psychological Analysis of Theories about Life, the Universe, and Everything vergelijkt hij kennis en geloof op de volgende manier:
“Niemand zal zeggen ‘ik geloof in de Eiffeltoren’, want of je hebt hem zelf gezien of een foto ervan of je hebt een betrouwbare kennis die hem heeft gezien. Dat laatste is allemaal niet van toepassing op de bijvoorbeeld de Big Bang. De reden om aan te nemen dat deze ooit heeft plaats gevonden is het feit dat alle hemellichamen zich naar buiten bewegen, zodat ze zich aanvankelijk erg dicht bij elkaar moeten hebben bevonden. Wanneer je langs deze lijn  doorredeneert kom je terecht bij een punt zonder volume met oneindige massa.  Het feit dat je kunt uitrekenen wanneer dat geweest moet zijn, betekent volgens hem nog niet dat het daarmee een voorstelbaar feit is. Er is niets in de wereld dat lijkt op een punt zonder volume en met een oneindige massa. Ja, het centrum van zwarte gaten, maar die zijn het resultaat van dezelfde theoretische doordenkerij zonder concessies aan het menselijke voorstellingsvermogen. Van dit volumeloze punt met oneindige massa –ook wel singulariteit genoemd- wordt gezegd dat de wetten van de fysica daar niet meer werken: ‘het standaardmodel geldt niet langer’. Er zijn ook verboden vragen zoals: wat was er voor de Big Bang? Er was toen nog geen tijd, domoor. En waar vond het plaats? Er was nog geen ruimte, domoor. De gevolgtrekking is dus gewettigd dat de Big Bang nooit en nergens plaatsvond. Er is hier op een verontrustende manier sprake van hetzelfde autoriteitsgeloof (fysici als hogepriesters) waarmee onvoorstelbare wonderen die in tegenspraak zijn met de wetten van de gewone werkelijkheid –‘het standaardmodel geldt hier niet’- aanvaardbaar worden gemaakt. Hier wordt in dezelfde mate een beroep gedaan op geloof als bij het Bijbelse scheppingsverhaal: ‘De wereld bestaat, die moet ooit zijn geschapen’.”
Op dezelfde manier behandelt hij donkere materie. Een onzichtbare en niet aantoonbare materie die alleen maar bedacht is, omdat het universum veel meer zwaartekracht vertoont dan waar de zichtbare massa van de hemellichamen en kosmisch stof en gas voor verantwoordelijk kunnen worden gesteld. Maar deze kan dus, en dat zit al in de definitie, nooit worden aangetoond. Hoe wetenschappelijk is dat? En hoe zit dat met de donkere energie, die we te danken hebben aan de vergelijkbare verlegenheid met het feit dat het universum om onbekende redenen expandeert. En met de zwarte gaten en de oneindig uitdijende hoeveelheid deeltjes waar de materie uit zou blijken te bestaan? Wat voor zin heeft dit reductionisme, vraagt hij zich af. Leren wij de werkelijkheid zo echt beter kennen? Heeft iemand er ook maar iets aan, aan deze theoretische deeltjes? Om over de multiversa1 en de snaartheorie2 maar te zwijgen. Het zou leuk en interessant zijn als hobby, maar Cern en andere ‘Colliders’ kosten ongelooflijk veel geld.
Of Davies gelijk heeft durf ik niet te zeggen, maar zijn scherpte en twijfel aan autoriteit zijn erg verfrissend. Voor hem levert dit alles evenveel  of even weinig vruchtbare kennis op als het scheppingsverhaal. Zijn manier van redeneren is met evenveel geldigheid toe te passen op het nooit waargenomen spontane ontstaan van leven uit de oersoep en op het evenmin verklaarde ontstaan van bewustzijn uit een complex centraal zenuwstelsel. De stand van de wedstrijd uit de titel is gelijkspel. Moet ik nog zeggen dat het ongelooflijk geestig is geschreven?


1 De theorie dat er veel meer universa tegelijkertijd bestaan, omdat  het  te toevallig zou zijn dat er een zonnestelsel bestaat dat precies voldoet aan alle voorwaarden om leven en intelligentie te laten ontstaan.
2 Die de onmogelijkheid om de relativiteitstheorie te combineren met de kwantumfysica moet oplossen.

Terug naar de nieuwsbrief

 

Woordenboek