print

Boekbespreking: 'Mijn brein denkt niet, ik wel'

Peter Staal

De hersenen genieten de laatste jaren een toenemende belangstelling. Een uiting daarvan is het uitkomen van allerlei 'breinboeken' de laatste tijd. Een daarvan is het boek van Arie Bos: 'Mijn brein denkt niet, ik wel'. Doorgaans is een boek niet meer interessant als de auteur in de titel al verklapt wie het gedaan heeft. Dit boek is daarop een uitzondering: het leest als een spannend boek. Het is een zoektocht met een mengeling van wetenschappelijke informatie en een verhalende lijn. Een impressie...

Arie Bos, oud huisarts uit Amsterdam, volgt de discussies en de onderzoeken op dit gebied al jaren en komt met een boek dat geheel tegen het ‘wij-zijn-ons-brein-gedachtengoed’ ingaat en de vele wetenschappelijke gegevens op het gebied van hersenonderzoek anders ordent. Dit levert een verrassend boek, dat – zoals hoogleraar Klaas van Egmond al verwoordde – voor beide hersenhelften geschreven is. Arie Bos gaat eerst op zoek naar waar de hersenen samenvallen met bewustzijn. In zijn zoektocht voert hij de lezer langs biologische uitstapjes, waar de aspecten van de psychologie van diverse diervormen en hun zenuw/hersenontwikkeling worden vergeleken met elkaar (eencelligen, meercelligen, slakken enzovoort). Geleidelijk neemt hij je mee naar de anatomie en psychologie van de mens. Later komt hij uit bij de pathologie en gelardeerd met talloze voorbeelden en casuïstiek komt hij tot een poging om hersenen en bewustzijn met elkaar te verbinden.

Het boek heeft een opbouw, maar de hoofdstukken lijk je apart te kunnen lezen en geven veel praktische informatie. Psychologische verhalen en uitleg hoe de hersenen hierbij werken vullen elkaar aan en vormen een synthese. Het boek blijft mij, niet alleen door zijn opbouw, maar ook door de interessante uitstapjes de hele weg boeien:

  • Een man (hoogleraar Spaans) kreeg een ernstig CVA. Hij werd door zijn zoons – die niet wisten hoe hiermee om te gaan – ‘hardhandig’ opnieuw getraind en bleek na jaren weer alles te kunnen en ging weer doceren aan de universiteit. Toen hij later overleed bleek bijna een gehele hersenhelft verdwenen: neurofysiologisch had hij niet moeten kunnen wat hij kon. Zijn zoon, neurowetenschapper geworden, geïnspireerd door de onverwachte prestaties van zijn vader, ontwikkelde een ‘lolly‘ die blinden in hun mond kunnen stoppen waardoor door een ingenieus proces de tong via een camera en niet de visuele schors geprikkeld word. Geblinddoekte of blinde proefpersonen leerden hiermee in een half uur werken en konden zo ‘zien‘ via hun tong. Een staaltje functionele plasticiteit van de hersenen.
  • Hersenen blijken te kunnen impulseren, maar je kunt zelf leren de impulsen van de hersenen te onderdrukken. Een onderzoeker bekeek of kinderen hun lust konden uitstellen door ze de opdracht te geven de voor hen liggende marshmallow zo lang mogelijk niet te nemen. Jaren later zag men dat kinderen die het beste konden uitstellen, ook meer ‘succesvolle’ volwassenen bleken te zijn.
  • De behandeling van fantoompijn berust op het spiegelen van wat de linker- en rechterkant doen. Door letterlijk een spiegel dwars voor iemand te plaatsen ziet de patiënt zijn (geamputeerde) rechterarm in de spiegel als spiegelbeeld van de linker. De hersenen ‘plasticeren’ zichzelf hierbij na nieuwe ervaringen, waardoor de patiënt geneest.

Een belangrijke boodschap die je bijblijft na het lezen van dit boek, is hoe plastisch de hersenen zijn en welk een enorme onderschatting hiervan ons is ingegeven door de vroegere anatomie- en fysiologielessen. Dankzij die plasticiteit kunnen de hersenen bij uitval van bepaalde centra op andere plaatsen functies overnemen, zo blijkt.

Ook voor de ‘leek‘ op hersengebied is het boek goed te lezen. Dit komt vooral doordat Arie Bos veel casuïstiek beschrijft, waarbij duidelijk wordt over wat de hersenen wel en niet doen. Bos ordent de informatie zo, dat je meegenomen wordt in een zorgvuldige oordeelsvorming. Maar er worden ook veel vragen opgeroepen. Dat hierdoor veel vraagtekens in het boek komen te staan en wellicht ook aardig wat vragen onbeantwoord blijven is niet storend, omdat toch naar een beantwoording wordt gewerkt van de centrale vraag die 'breinboeken' bezighouden: 'Is de mens nu een vrij wezen of niet?!' Geheel tegen het neurodeterminisme in, stelt Bos dat de mens, ondanks zijn onderbewuste, denkt met behoud van eigen vrijheid en verantwoordelijkheid. Hersenen hebben dus weliswaar veel invloed op ons bewustzijn, maar hebben niet de "eindregie".

Door de manier waarop Bos het boek opbouwt lijkt hij als het ware de David Attenborough van de neuropsychologie: hij heeft het zelf niet allemaal bedacht, maar vertelt er wel zo over dat ogenschijnlijke vaste waarheden toch in een ander daglicht komen te staan. Ik beveel dit boek van harte aan, aan iedereen die met wetenschappelijke gegevens tot onorthodoxe beschouwingen van de hersenen en de menselijke vrijheid wil komen.