print

Kinfludo

Kinfludo of Ferrum phosphoricum comp. globuli, is een alcoholvrij geneesmiddel met als therapeutisch doel de zelfgenezingsprocessen te ondersteunen bij griep en verkoudheid met koorts. Het middel bevat - in homeopathische verdunning - Ferrum phosphoricum en verschillende geneesplanten, die zowel in de homeopathie als in de antroposofische geneeskunde ingezet worden om de afweer te versterken, pijn te verminderen, koorts te verlagen, ontstekingsprocessen te remmen.

100 g bevat, ingedroogd aan neutrale suikerkorreltjes, Aconitum napellus, planta tota D1 0,1 g/Bryonia, radix D1 0,6 g/Eucalyptus globulus, folium Ø (=D1) 0,5 g/Eupatorium perfoliatum, herba D1 0,4 g/Ferrum phosphoricum D6 1 g/Sabadilla, semen Ø (=D1) 0,1 g.

Een overzicht van de verschillende componenten:

Aconitum

Aconitum napellus (blauwe monnikskap)is een overblijvende plant, die bijzondere eisen stelt aan haar groeiplek; de bodem moet overvloedig water bevatten én er moet voldoende licht zijn. Het meest opvallende is de bloemvorm, die lijkt op een monnikskap, vandaar de naam. De trosvormig geplaatste bloemen zijn donkerblauw tot violet. Niettegenstaande de rijke bloei doet de plant star en duister aan. Het licht dat ze enerzijds zoekt, lijkt ze in het bloemgebied af te wijzen. De bloemen maken een zeer gesloten indruk; alleen hommels kunnen tot bij de nectar geraken en zijn daarom de enige bestuivers.

Een verdere bijzonderheid ligt in het opvallend levendige wortelgebied. Hier vormt zich een bietvormige knol met weinig talrijke maar lange wortels. De knol gaat in de herfst te gronde, maar er vormt zich een nevenknol, waaruit dan later de nieuwe zomerscheut omhoog schiet. De oude wortelknol sterft geheel af. Ondergronds vindt dus voortdurend vernieuwing plaats. Tevens concentreert er zich een intensief stofwisselingsproces. Grote hoeveelheden alkaloïden worden geproduceerd, die Aconitum tot een van de giftigste en tegelijkertijd belangrijkste geneesplanten maken. Alle delen van de plant zijn giftig, maar vooral de wortelknol en het zaad. Monnikskap mag als geneesmiddel alleen in homeopathische verdunning ingezet worden.

Aconitum-preparaten worden in de antroposofische geneeskunde toegepast ter harmonisering van bovenmaatse stofwisselingsprocessen, die optreden op een plek waar ze niet horen, zoals bij ontstekingen en om zenuwpijnen te verlichten. Dit steunt op het antroposofische principe dat wortelprocessen in een plant een bijzondere affiniteit hebben met het zenuwstelsel in het menselijk organisme.

Bryonia

Bryonia cretica (heggenrank) is een overblijvende plant van de familie van de Cucurbitaceae of komkommergewassen. Ze klimt met behulp van ranken. Je vindt de heggenrank alleen in hagen, waar ze overigens nauwelijks opvalt. De bloemen zijn groenig of wittig en nietig klein. Ondergronds vormt zich in de loop van de jaren een zeer grote (tot 65 cm) peervormige wortel. Hieruit komen elk jaar nieuwe spruiten. Het bijna monstrueus te noemen zwellen van de wortel en anderzijds het gebrek aan stevigheid van de meterslange, bebladerde scheuten, die zich niet zelf kunnen oprichten, is karakteristiek voor Bryonia. Wat de wortel aan substantie te veel vormt, schijnen de ranken te ontberen.

De wortel bevat, naast bitterstoffen, veel hars en wat etherische olie, warmtesubstanties die normaal gezien in de bovengrondse delen thuishoren. Dat deze ‘sulfurische’ substanties zich juist ondergronds vormen, verleent de wortel, volgens de antroposofische geneeskunde, haar bijzondere therapeutische eigenschappen. De machtig aanzwellende, waterrijke wortel wordt aangezien als een natuurproces, dat therapeutisch inzetbaar is wanneer bij ontstekingen, bijvoorbeeld in serosa, stofwisselingsprocessen zo hevig worden, dat exsudaat ontstaat. Bryonia-wortelpreparaten worden vooral toegepast om vochtophopingen te doen slinken, voornamelijk bij luchtweginfecties. Heggerankwortel is behoorlijk toxisch en mag als geneesmiddel alleen in homeopathische verdunning ingezet worden.

Eucalyptus

Eucalyptus globulus (gomboom) is een snel groeiende, slanke, tot 90 m hoge boom, die uit Australië stamt. Alles aan de boom is droog, houtachtig, zelfs de bloei. De oudere bladeren krijgen een merkwaardige sikkelachtige vorm, doordat de bovenste helft van het blad sneller groeit dan de onderkant. De Eucalyptusboom onttrekt veel vocht aan de bodem met zijn diepe wortels. Hij werd in het Middellandse Zeegebied veelvuldig aangeplant om met malaria besmette moerasgebieden droog te leggen en op die manier de plasmodia overdragende Anopheles-mug haar levensbasis te ontnemen- vandaar ook de benaming ‘koortsboom’. Het blad van de gomboom bevat veel etherische olie met ontsmettende eigenschappen. Eucalyptusbladpreparaten worden in de fytotherapie gebruikt om te verfrissen, te ontkrampen en om slijm te helpen oplossen.

De antroposofische geneeskunde ziet een overeenkomst tussen de therapeutische werking in de mens en die in de uiterlijke natuur: Eucalyptus ‘ont-moerast’ en reguleert het waterige milieu waarbij hij secreetophopingen in de slijmvliezen opruimt en daardoor kiemkolonies de voedingsbodem ontneemt.

Eupatorium

Eupatorium perfoliatum (doorgroeid leverkruid) is in Noord-Amerika in vochtige gebieden thuis, vooral aan oevers van beken en meren. De affiniteit met het vloeibare element toont zich niet alleen in de groeiplek, maar ook in de vocht drijvende werkingen van deze oude, reeds door de oorspronkelijke inwoners van Amerika naar waarde geschatte geneesplant. De oude benaming ‘bottenkruid’ dankt de plant aan het toegedichte gunstig effect bij spier- en bottenpijn in het geval van infecties, gerelateerd aan vochtige omgevingsomstandigheden. In de fytotherapie en volksgeneeskunde wordt deze bittere plant vooral bij griep toegepast als samentrekkend en koortsverlagend middel, in de antroposofische geneeskunde ook om de stofwisseling te ontlasten en als uitscheidingsmiddel. Aan de plant wordt een activerend effect toegeschreven op de werking van de milt en op de galproductie.

Sabadilla

Sabadilla (Sabadilkruid, luizenkruid) komt uit de leliefamilie. De botanische naam van dit Mexicaanse bolgewas is Schoenocaulon officinale. Uit de bol ontspringen grasachtige bladeren van circa een meter lengte. De bloemstengel is ongeveer een tot twee meter hoog en eindigt in een tros gele bloemen. Na de bloei ontwikkelt de plant een doosvrucht met daarin langwerpige zwart-bruine zaden, die bitter en scherp smaken. Het zaad bevat alkaloïden, die zeer toxisch zijn voor mens en dier, en ook voor insecten. Het zaad werd vroeger ingezet ter bestrijding van luizen.

Zoals bij Aconitum worden ook aan deze gifplant pijnstillende eigenschappen toegeschreven. Sabadillazaad wordt als geneesmiddel alleen in homeopathische verdunning ingezet. In de homeopathie worden Sabadillapreparaten toegepast bij ontstekingen aan de ademwegen. In de antroposofische geneeskunde worden ze hoofdzakelijk ingezet bij catarre van de bovenste luchtwegen, als prikkel verlichtend en ontkrampend middel (geprikkelde en jeukende neus) en om een slinken van de gezwollen slijmvliezen te bevorderen (loopneus).

Ferrum phosphoricum

Ferrum phosphoricum  is een ijzer(III)-fosfaat, dat door Weleda zelf wordt bereid uit fosforzuur, dat Weleda uit runderbeenderen wint, en het mineraal Sideriet (natuurlijk ijzer(II)-carbonaat). Tijdens dit intensieve farmaceutische proces vinden verschillende omzettingsstappen plaats, deels vurig-luchtige, deels vloeibare. De verwantschap met stofwisselings- en ontstekingsprocessen wordt hierbij als gunstig beschouwd.

De bekomen substantie is een lichtgeel, amorf poeder, in tegenstelling tot zijn natuurlijke verwant, het ‘ferrum phosphoricum naturale’  Vivianiet, dat prachtige, doorschijnende blauw-groene kristallen vormt. Volgens de antroposofische farmacie suggereert het ‘opgeven’ van glans, kleur en structuur, dat Ferrum phosphoricum een meer uitgesproken affiniteit tot stofwisselingsprocessen heeft dan zijn natuurlijke variant. Omdat bij ontstekingsziekten het juist bepaalde stofwisselingsprocessen zijn, die op pathologische wijze toenemen (oedemen, vochtafscheiding, koorts en dergelijke), is dit gewenst.

Ferrum phosphoricum wordt vooral in de acute fase ingezet als ontstekingsmiddel, zowel in de homeopathie, in de therapie naar Schüssler (Schüsslerzout nr.3), als in de antroposofische geneeskunde.

Het geneesmiddel Infludo bevat dezelfde bestanddelen als Kinfludo (dat ook bekend is als Infludoron), met uitzondering van Ferrum phosphoricum, dat vervangen werd door Phosphorus. De naam van deze substantie, betekent in het Grieks ‘lichtdrager’. Naast licht draagt fosfor ook veel warmte in zich. De antroposofische geneeskunde zet deze licht- en warmtekrachten onder meer in bij luchtweginfecties om de bovenmaatse vloeistofprocessen weer in een gezonde vorm te brengen. Bij kleine kinderen en gevoelige personen kan fosfor in lage verdunning onschuldige maar onaangename hartkloppingen en onrust veroorzaken. In die gevallen en wanneer een alcoholvrije variant de voorkeur heeft, is Kinfludo aangewezen.

In een prospectieve waarnemingsstudie* bij 251 patiënten werd de werkzaamheid en goede verdraagbaarheid van Ferrum phosphoricum comp. (Kinfludo, Infludoron) duidelijk aangetoond.

*Efficacy and tolerance oft he anthroposophic remedy Ferrum phosphoricum comp. In beginning and manifest common cold; Claudia Rother, Petra Steigerwald; Der Merkurstab Heft 5/2007

Woordenboek


Deel deze Nieuwsbrief met een medische collega