print

Boekbespreking: Eben Alexander; Na dit leven

Door: Arie Bos

Een Amerikaanse neurochirurg raakt in november 2008 een week lang in coma door een meningitis waarbij zijn totale hersenschors ontstoken is en niet meer functioneert. Wat hij in die week ervaart verandert zijn kijk op de functie van de hersenen totaal.  

Eben Alexander is al vijftien jaar neurochirurg, werkzaam in Duke University en Harvard, en heeft veel wetenschappelijke artikelen op zijn naam. In november 2008 wordt hij ’s morgens wakker met enorme rugpijn en hoofdpijn. Hij denkt aan griep en laat zijn vrouw hun jongste zoon naar school brengen. Thuisgekomen vindt zij hem buiten bewustzijn en in een epileptische grand mal-aanval.

In het ziekenhuis blijkt het om een bacteriële meningitis te gaan (de darmbacterie E. coli, dat is voor een meningitis een uiterste zeldzaamheid: 1 op 10 miljoen meningitiden in Amerika!), wat hem een zeven dagen lang durend coma oplevert waarin zijn hersenschors volledig inactief is. ‘Een en al pus’. Zijn prognose is infaust: 90% kans op overlijden en, zou hij overleven, dan zou dat hoogstens in vegetatieve staat zijn. Maar na een week slaat hij zijn ogen open spreekt de gedenkwaardige woorden: ‘All is well’. Hij heeft een BDE beleefd en zegt naar aanleiding daarvan dat zijn uiterst heldere belevenis bij inactieve neuronen in zijn neocortex niet in overeenstemming is met wat wij als wetenschappelijke waarheid denken te kennen. Hij ontwikkelt een idee over de hersenen als hinderpaal voor een bepaalde vorm van bewustzijn, namelijk die van de ‘echte’ realiteit:

‘Maar in mijn geval was mijn hersenschors geheel uit beeld. Ik kwam in aanraking met de werkelijkheid van een wereld van een bewustzijn die aanwezig was compleet vrij van de beperkingen van mijn fysieke hersenen... Het gebied waar ik was, was echt!’

Tijdens zijn BDE verblijft hij aanvankelijk in een onprettige, modderachtige donkerte, omringd door groteske dierenkoppen. Dan dringt daar licht in door met hemelse muziek. Hij zweeft op naar dat licht en vliegt over prachtige landschappen waarin dansende en zingende mensen en ook dieren zijn te zien. Of liever, waar te nemen: er is geen verschil meer tussen horen en zien of ruiken en de waarneming bestrijkt 360 graden. Er is maar één ‘menselijk persoon’ die hem begeleidt op zijn avontuur door verschillende werelden, dat eigenlijk niet zozeer uit gebeurtenissen als wel uit het verkrijgen van inzichten bestaat. Het is een jonge vrouw die hij niet kent. Later weer terug bij de levenden blijkt het te gaan om een gestorven zusje, waar hij niets van wist, uit zijn pas weergevonden biologische familie (hij was geadopteerd, zijn adoptievader was ook neurochirurg). Hij herkent haar foto. Uiteindelijk ontmoet hij een ‘alomtegenwoordigheid’ die hij ‘Om’ noemt, waarvan hij denkt dat het God is. Bij die ontmoeting worden al zijn vragen over het leven en het universum beantwoord. Zonder gebruik van taal, maar in de vorm van gedachten.

Het is een merkwaardig verhaal, in die zin dat de beschrijving van deze wereld geen herkenbare beelden oproept. Hij beschrijft ‘geestelijke wezens’ als een soort zwevende transparante bollen die hij als engelen ervaart. Wat ik interessant vind is het feit dat hij gedurende de BDE niet weet wie hij zelf is en geen herinneringen heeft aan zijn leven. En toch ervaart hij zich als een individu, weliswaar volledig verbonden met de rest van de door hem ervaren werkelijkheid. Deze abstractie en dit gemis aan herinneringen is anders dan bij andere BDE-verhalen. Alexander verklaart dit door het feit dat bij de meeste mensen met een BDE, bijvoorbeeld door een hartstilstand of een ongeluk, de hersenschors intact blijft. Bij hem functioneert de schors niet alleen niet, maar de neuronen zijn ontstoken. (Hoe dat kan herstellen is onbegrijpelijk, ook voor de behandelende artsen die aan het woord komen.) Als een BDE als een reis kan worden beschouwd, slaat hij de haltes van het levenspanorama en de buitenlichamelijke ervaring over en komt meteen bij het eindpunt, waar de parafernalia van het voorbije leven er niet meer toe doen, zo lijkt het. Vreemd dat de toestand van de hersenen van belang zou zijn voor een BDE die toch geacht wordt zich buiten het lichaam af te spelen.

Het belang van dit boek ligt in het feit dat het hier gaat om een neurochirurg/neurowetenschapper, die BDE’s altijd als hallucinaties had beschouwd en het hele onderwerp oninteressant vond. Hij ziet nu als zijn missie zijn vakgenoten ervan te overtuigen dat de BDE reëel is en dat dat een radicale verandering in het materialistische denken in de neurowetenschap tot gevolg moet hebben.

 

Eben Alexander: Proof of Heaven. A Neurosurgeon’s Journey into the Afterlife. Simon & Schuster 2012. Vertaald als: Na dit leven. Een neurochirurg over zijn reis naar het hiernamaals. Bruna 2013.

Woordenboek


Deel deze Nieuwsbrief met een medische collega